MOROS Y CRISTIANOS, CULTUREEL ERFGOED OF TOERISTISCHE TREKPLEISTER?

In het jaar 711 vielen de troepen van Tarik ibn Zijad vanuit Afrika Spanje binnen. In korte tijd wisten deze ‘Moros’ grote delen van het Iberische schiereiland te veroveren. De naam ‘Moros’ (in het Nederlands Moren) komt waarschijnlijk van het Latijnse woord ‘Mauri’, een naam die de Romeinen gaven aan Berbers uit het oude koninkrijk Mauretanië (niet te verwarren met het huidige Mauretanië). In de zesde eeuw omschreef Procopius, een Byzantijnse historicus, de Moren als mensen met een zwarte huid, die Carthago en Numidië (het tegenwoordige Tunesië en Algerije) bevolkten. Voor de vroege christenen in Europa waren de Moren volgens beschrijvingen en verhalen een donker getint gekleurd, Afrikaans volk. Omstreeks 800 begon vanuit het noordelijke Asturië, enige gebied wat niet veroverd was door de Moren, onder leiding van Don Pelayo, de zogenaamde ‘Reconquista’. Vanaf dat moment werden de Moren langzaam maar zeker teruggedrongen. In 1492 wisten de Katholieke koningen van Castillië en Aragón het allerlaatste Moorse bolwerk, Granada, in te nemen en de Moren van het schiereiland te verdrijven.

Landjepik in het groot
De ‘Reconquista’, en de overwinning op de islamitische piraterij van de eeuwen daarna, wordt op veel plaatsen, vooral aan de Spaanse oostkust, gevierd met het feest van ‘Moros y Cristianos’ (De Moren en christenen). Dit feest, dat de laatste 20 jaar een enorme opgang kent, werd zelfs al gevierd ver voordat Spanje helemaal op de Moren veroverd was, hoewel de feesten oorspronkelijk bedoeld waren als speciale voorstelling bij bijzondere gelegenheden, zoals het bezoek van een koning of andere hooggeplaatste personen. Zo tonen documenten aan dat reeds in 1150 een dergelijk feest in Lérida gehouden werd. Vanaf de zestiende eeuw werden de feesten echter vrij algemeen in de deelstaat Valencia, maar dan nog steeds als feest bij bijzondere gelegenheden. In de steden Orihuela, Alicante, Valencia, Caudete, Villena Alcoy en Jumilla werden al snel daarna op meer regelmatige basis de feesten van ‘Moros y Cristianos’ georganiseerd. De feesten van ‘Moros y Cristianos’, zoals we deze tegenwoordig kennen, vonden als eerste plaats in het dorp Caudete, in het binnenland van de provincie Alicante. Vanuit dit dorp verspreidde het feest zich al vrij snel over de rest van de Costa Blanca en naar de dorpen landinwaarts. De strekking van het feest is erg eenvoudig te begrijpen: Eerst veroveren de Moren het kasteel (in de regel een decorcreatie) en daarna veroveren de christenen het weer terug. Landjepik in het groot. Dat gaat gepaard met een ‘Ambassade’, de voorwaarden tot overgave, en schijngevechten waarbij geweren worden gebruikt, die echt kruit bevatten maar geen kogels, maar daardoor wel een hels kabaal maken. Tevens is er optocht, waarbij de deelnemers in de mooiste, vaak erg kostbare, gewaden paraderen en waarbij de groepen die dat jaar de ‘kapitein’ leveren zorgen voor extra groepen en praalwagens. Iedere groep wordt begeleid door zijn eigen fanfare, wat het geheel soms wat chaotisch, maar daardoor zeker niet minder spectaculair maakt.

Alcoy heeft de mooiste
Maar hoewel de strekking van het feest overal hetzelfde is, zijn er plaatselijk wel degelijk verschillen. In de meeste kustplaatsen komen de Moren bijvoorbeeld uit de zee, maar in de plaatsen landinwaarts maken ze gebruik van een kasteel, of kasteelruïne, die ter beschikking staat. Ook zijn er plaatsen waar de Moren gedoopt worden tot christen en zijn er in sommige dorpen meer plaatselijke feesten aan verbonden. Ook verschilt de pracht en praal van de optocht in veel steden. Ook de duur van de feesten kan per stad of dorp verschillen. Zo duurt het, vaak in de kleinere dorpen, slechts een dag, maar gaat het feest, zoals bijvoorbeeld in Benidorm, een hele week door. Wie echter de mooiste feesten wil zien, moet naar Alcoy, waar elk jaar in april de schitterende feesten ter ere van ‘Sant Jordi’ worden gehouden. Niet voor niets zijn deze feesten tot internationaal toeristisch evenement verklaard. De feesten worden gehouden ter herinnering aan de overwinning van de ‘Alcoyanos’ op de Moren in 1276. De overlevering vertelt ons dat, toen koning Jaime I ‘El Conquistador’, Alcoy had bevrijd, de Arabieren, onder leiding van Al-Azraq, de stad aanvielen en het er heel slecht uitzag voor de verdedigers: Maar op het moment dat iedereen dacht dat de slag verloren was, verscheen Sint Joris op zijn strijdros ten tonele en hielp hij de christenen aan de overwinning. Als eerbetoon aan Sint Joris heeft men toen een kerk gebouwd en zwoer men elk jaar zijn naamdag te vieren. Op deze dagen is Alcoy een grote kermis met duizenden lampen en vlaggen, die allemaal getooid zijn met het kruis van Sint Joris. Ook zijn er veel groene vaandels met de islamitische halve maan te zien. Drie dagen lang kan men genieten van de ‘dianas’, waarbij de stad wordt wakker gemaakt door knal vuurwerk in elke straat te ontsteken, de processies en de optochten rond het op de Plaza de España opgetrokken kasteel, dat achtereenvolgens door de Moren en de christenen wordt veroverd, voorafgegaan door uitgebreide ambassades en schijngevechten tussen de twee groepen. Dit alles onder het geluid van pauken en trompetten en natuurlijk de onvermijdelijke buksen die hun salvo’s met veel lawaai de lucht insturen. De belangrijkste dag is uiteraard 23 april, de feestdag van Sint Joris. Op deze dag vinden de religieuze plechtigheden en de processie plaats, waarin de jonge Sint Joris, uitgebeeld door een jongen van acht jaar, een hoofdrol speelt.

Witte rijst en zwarte bonen
De plechtige hoogmis en de hymne aan de heilige zijn andere hoogtepunten van deze speciale dag. In Alcoy is ook een museum van de Moros y Cristianos gevestigd, in het oude centrum, in een statig herenhuis met de naam ‘Casal Sant Jordi’. Het is met afstand het grootste museum over dit onderwerp van heel Spanje en beschikt over een schat van voorwerpen in relatie tot de feesten, zelfs dusdanig veel dat slechts een klein gedeelte getoond kan worden. De mooiste en interessantste voorwerpen kregen een plaats in de vitrines op de tweede verdieping van het gebouw. Het indrukwekkendste zijn de schitterende kostuums van elk van de 28 groepen. Het oudste pak is meer dan vijftig jaar oud en nog in perfecte staat. Maar kijk ook eens naar de schitterende portretten van de kapiteins, waarbij enkele zelfs uit de negentiende eeuw stammen.Hoewel in Nederland nog steeds een Zwartepietendiscussie speelt, lopen in de diverse optochten tijdens de feesten van ‘Moros y Cristianos’ zwart geschminkte mensen mee. Dit heeft te maken met het feit dat, toen de Arabieren Spanje binnenvielen, ze vaak vergezeld werden door Berberstammen uit Noord-Afrika. De wreedste en stoutmoedigste onder hen waren de negers uit Mauretanië, de werkelijke Moren dus. Maar zoals met elke bijnaam, bleef ook deze hangen en werden alle islamieten die naar Spanje kwamen ‘Moren’ genoemd. Zelfs heden ten dagen worden de in Spanje wonende Marokkanen en Algerijnen soms nog steeds ‘Moros’ genoemd. Tegenwoordig lopen ook vrouwen mee in de optocht en hebben ze eigen groepen. Dit was echter in de begin tijd helemaal niet vanzelfsprekend. De vrouwen lopen over het algemeen mee in behoorlijk sexy oorlogstenue, wat ook precies de bedoeling. Vrouwen willen en moeten mooi zijn, ook al zijn ze Moors of christen, maar de historische achtergrond ontbreekt hier helemaal. Het is dan ook meer een trekpleister voor de vele tienduizenden toeristen die langs de kant staan bij de, soms vele uren durende, optocht.

En hoewel iedereen aan de Costa Blanca inmiddels wel weet wat er bedoeld wordt met ‘Moros y Cristianos’, is dat op het Caribische eiland Cuba wat minder duidelijk, want daar is ‘Moros y Cristianos’ een heerlijk gerecht van witte rijst en zwarte bonen. Vraag blijft of het feest van ‘Moros y Cristianos gezien moet worden als cultureel erfgoed of als feest voor met name de tienduizenden buitenlandse toeristen. Wellicht zal het ergens in het midden hangen.


De Moros y Cristianos feesten vinden plaats, van begin maart tot en met eind oktober, in bijna alle kustplaatsen langs met name de Costa Blanca en in veel dorpen landinwaarts. Via grote posters, in plaatselijke nieuwsbladen en vaak door het ophangen van feestelijke verlichting en vlaggen, maakt de betreffende gemeente kenbaar dat het hun beurt is om het feest te organiseren. Vooral in de grote plaatsen kunnen optochten erg lang duren, waardoor het verstandig is een stoeltje te huren die door de organisatoren in grote aantallen worden neergezet langs het parcours.

Aanbevolen voor jou...

Leave a Comment