(1598 – 1700) DE VERTROUWELING VAN DE KONING

Spanje heeft een rijke geschiedenis. In de prehistorie was het de laatste toevluchtshaven van de neanderthalers en herbergde het onze voorouders, de cro-magnonmensen, die de prachtige schilderingen aanbrachten in de grotten van Altamira. Later vestigden zich op het Iberisch schiereiland de Foeniciërs en Grieken en vochten de Carthagers er met de Romeinen. De daaropvolgende Romeinse bezetting duurde vele eeuwen en beïnvloedde de cultuur van Spanje diepgaand. Na de Romeinen namen de Visigoten bezit van het schiereiland, op hun beurt gevolgd door de Moren waarna een weergaloze culturele bloeitijd aanbrak. Honderden jaren nadien veroverden de christelijke koningen uit Castilië en Aragón het schiereiland, de Reconquista, en vestigden Carlos I, die wij beter kennen als keizer Karel V, en Felipe II een wereldrijk vooral door hun veroveringen in Amerika. Na een lange periode van neergang begon in de negentiende eeuw het gevecht tussen het oude regime en het liberalisme. Het anarchisme schoot wortel en het voorspel tot de Burgeroorlog van 1936-1939 begon. Deze oorlog trok sporen tot in het heden en bracht Spanje bijna veertig jaar dictatuur onder Franco.


Deze aflevering van ‘Spaanse sporen’ omspant de periode van 1598 t/m 1700, waarin het verschijnsel van de ‘Valido’, de vertrouweling van de koning, op kwam zetten.

Het verschijnsel van de ‘valido’, de vertrouweling die veel invloed had op de koning was niet nieuw in de Castiliaanse historie, maar het was voor het eerst dat een koning feitelijk de macht uit handen gaf toen Felipe III in 1598 de hertog van Lerma als zijn valido benoemde. Felipes keuze voor Lerma was onverstandig, want deze ontpopte zich als iemand die uit was op zelfverrijking en alle staatszaken daaraan ondergeschikt maakte. Felipe III, geboren in 1578, was de derde Habsburgse koning van Spanje en een kind uit het huwelijk van Felipe II met Ana van Oostenrijk. In 1599 trad Felipe III in het huwelijk met zijn veertienjarige nicht Margarita van Oostenrijk. Zij kregen acht kinderen, waaronder de troonopvolger Felipe IV, die het levenslicht zag in 1605. Felipe III kreeg als bijnaam ‘De Vrome’ en werd beschouwd als pacifist omdat hij twee belangrijke vredesverdragen tekende, dat van 1604 met Engeland en van 1609 met de Nederlanden, het zogenaamde 12-jarig bestand.

Gaspard de Guzmán
Maar het was geen pacifisme dat hem dreef. Castilië verkeerde in erbarmelijke economische omstandigheden en de kosten van het oorlogvoeren waren niet meer te dekken door middel van belastingverhoging. Lerma hoopte dat hij ook prins Felipe IV voor zich zou weten te winnen, maar verloor gaandeweg het vertrouwen van de koning en moest in 1618 het veld ruimen. In 1623 overleed Felipe III. Zijn zestienjarige zoon volgde hem op en net als zijn vader koos hij ervoor zich te laten bijstaan door een valido. De keuze viel op zijn leraar en vriend Gaspard de Guzmán, graaf van Olivares, die zijn heer altijd trouw zou dienen en er niet als Lerma erop uit was slechts zijn eigen belangen na te streven. In 1625 verleende Felipe IV hem de titel van hertog van Sanlucar la Mayor, waardoor Olivares toetrad tot de Grandeza, de hoogste adel van Spanje. Vandaar zijn bijnaam: ‘conde-duque’ (graaf-hertog). Met het aantreden van Olivares kwam een einde aan een periode van pacificatie: ‘de Pax Hispanica’. De defaitistische jaren waren voorbij en Olivares zette een beleid in gericht op herstel van de grandeur van Spanje en een hernieuwd offensief tegen ketterij. Om de Oostenrijkse tak van de Habsburgers te steunen, had Felipe III zich in 1618 in de Dertigjarige Oorlog gemengd, waarin de grote mogendheden streden om de macht over Europa en Spanje vocht op vele fronten. Voornaamste vijand was Frankrijk dat de dominante positie in Europa trachtte te veroveren op Spanje.

Catalonië onder Franse protectie
De kosten van al deze militaire inspanningen waren enorm en hoewel er nog altijd zilver binnenkwam uit de mijnen van Amerika, was de belangrijkste bron van inkomsten voor de Spaanse kroon die van belastingen, opgebracht door de Castiliaanse bevolking. In het Spaanse imperium bestond geen uniforme wetgeving, wat inhield dat rijksdelen als Catalonië en Portugal weinig of niets bijdroegen om de onkosten te dekken die de verdediging van het wereldrijk met zich meebracht. Olivares trachtte de wetgeving fundamenteel te veranderen, maar daarmee was deze staatsman zijn tijd ver vooruit en hij slaagde er alleen in om een gemeenschappelijk gefinancierd leger op de been te brengen. Na een inval van de Fransen in Catalonië brak daar een opstand uit die ertoe leidde dat de Catalanen zich onder Franse protectie stelden en zich daarmee tegen Olivares keerden. Revoltes in Portugal mondden uit in afscheiding van Spanje in 1640.

Onafhankelijke Nederlanden
Voor Felipe IV werd duidelijk dat het beleid van Olivares had gefaald en hij ontsloeg zijn valido. Olivares overleed in 1643 als een gebroken man. In 1648 werden de vredesverdragen van Westfalen en Münster getekend die een eind maakten aan zowel de Dertigjarige als de Tachtigjarige Oorlog. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd formeel onafhankelijk van de Spaanse kroon en de zuidelijke Nederlanden bleven in Spaanse handen. Elf jaar later sloot Felipe IV na hevige strijd met de Fransen de vredesovereenkomst van de Pyreneeën. Spanje moest zijn bezittingen op Frans grondgebied die bij Catalonië behoorden opgeven, waardoor de Pyreneeën definitief de grens vormden tussen beide landen. De Spaanse koning leefde in de hoop dat zijn zoon Baltasar Carlos, geboren in 1629, hem zou opvolgen, maar deze bezweek in 1648 aan de pokken.

Vele jaren van inteelt
Op dat moment was Felipe de enig overgebleven mannelijke Spaanse Habsburger, wat hem ertoe dreef opnieuw een huwelijk aan te gaan. In 1649 trouwde hij met zijn volle nicht Mariana van Oostenrijk, de beoogde bruid van Baltasar Carlos. Zij schonk hem vijf kinderen waaronder de troonopvolger Carlos II, die in 1661 het levenslicht zag. Felipe IV overleed in 1665. Carlos II was mismaakt en ziekelijk, mentaal instabiel en niet in staat om nakomelingschap te verwekken. Zijn afwijkingen, gevolg van vele jaren van inteelt onder de Habsburgers, werden in zijn tijd geweten aan het werk van de duivel, vandaar zijn bijnaam ‘de behekste’. Ook omdat Carlos II pas vier jaar oud was toen zijn vader overleed, trad zijn moeder op als regentes die werd geadviseerd door het bestuurscollege, ingesteld door Felipe IV om te voorkomen dat er weer een machtige valido de overhand zou krijgen. Gedurende enkele jaren bleef deze situatie bestaan, maar gaandeweg kwam er een nieuwe sterke man naar voren: Fernando Vaenzuela. Mariana stelde zijn adviezen op prijs, zij het dat hij niet als de valido’s die hem voorgingen staatszaken mocht afhandelen. Nadat in 1676 de Spaanse Adel in opstand was gekomen uit verontwaardiging over de toenemende wanorde in het land, pleegde Juan de Austria, een onwettige halfbroer van Felipe IV, een staatsgreep. Varenzuela en koningin Mariana werden verbannen. Juan de Austria ontpopte zich niet als valido, maar eerder als een dictator. Door iedereen verguist overleed hij uiteindelijk in 1679.

De Zonnekoning
In de laatste twee decennia van de zeventiende eeuw deed de Franse koning Louis XIV, de Zonnekoning, meerdere pogingen zijn machtspositie in Europa te versterken. Carlos II overleed in 1700 en de hertog van Anjou uit het huis van Bourbon, een kleinzoon van de Zonnekoning, werd door Louis XIV op de Spaanse kroon geplaatst. Maar de coalitie van de geallieerden, onder meer bestaande uit het Habsburgse rijk, Groot-Brittannië en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, verzette zich hier heftig tegen en steunde in plaats daarvan de troonaanspraak van de Duitse keizer Leopold I. De diplomatie bleek op geen enkele manier uitkomst te kunnen bieden en daarom resulteerde het conflict in 1701 in de uitbraak van de Spaanse Successieoorlog.

Het Grote Werk
In 1705, vier jaar na het begin van het wapengekletter, vonden de eerste vredesonderhandelingen plaats. De Nederlandse Republiek speelde hierin een voortrekkersrol, aangezien zij als handelsnatie het grootste belang had bij een spoedig herstel van de vrede. De Engelsen en de Fransen bleken het echter niet eens te kunnen worden, met als gevolg dat het onderhandelingsproces al snel bekend kwam te staan als ‘Het Grote werk’. Nadat men het in 1709 wederom niet eens werd, was Frankrijk zelfs niet langer bereid om te praten over een algemeen vredesverdrag. In plaats daarvan kozen de Fransen ervoor om de zaak over een andere boeg te gooien. Voortaan onderhandelden ze niet langer met alle geallieerden tegelijk, maar met iedere partij afzonderlijk. De nieuwe strategie bleek effectief, want in 1711 slaagden de Fransen er in om een geheim vredesakkoord te sluiten met de Engelsen. De details moesten echter nog uitgesproken worden en de gewoonte eiste bovendien dat een grote oorlog werd beëindigd met een grote conferentie. In het najaar van 1711 werd daarom alsnog besloten tot de opzet van een groot vredescongres. Zo kwam het dat op 29 januari 1712 vijftig diplomaten uit heel Europa in Utrecht bijeenkwamen om een einde te maken aan de Spaanse Successieoorlog. Maar het congres was amper begonnen toen de Nederlandse diplomaten al net zo veel ruzie hadden met hun Engelse bondgenoten als met de Franse vijand. Belangrijke twistpunten waren onder meer de geheime onderonsjes met de Fransen en de Britse toe-eigening van het Spaanse ‘Asiento de Negros’.

Vrede van Utrecht
Ondanks de grote ontevredenheid had de Republiek geen andere keus dan in te stemmen met de door Frankrijk en Engeland bepaalde vrede. De situatie in november 1712 werd door de Nederlandse diplomaat Bruno van der Dussen als volgt samengevat: “Den drift tot de vrede, de defectueusheid van de provinciën, het verval van het credit van het land, het hasard waarin eenige gestelt sullen worden, de niet apparante superioriteyt van de wapenen, doet mij vreesen dat de Staat niet veel keuze hebben sal en gevolgelijck toegegeven sal moeten worden aan de constitutitie van den tijd.” Op 11 april 1713 sloot de Nederlandse Republiek daarom, evenals Engeland, vrede met Frankrijk en Spanje. De Vrede van Utrecht betekende echter nog niet het definitieve einde van de Spaanse Successieoorlog. De nieuwe Duitse keizer Karel VI was het namelijk niet eens met de vredesvoorwaarden en dus vochten het Habsburgse- en het Heilige Roomse Rijk nog ruim een jaar door. Pas met de vredesverdragen van Rastatt (6 maart 1714) en Baden (7 september 1714) sloten ook deze twee mogendheden vrede met Frankrijk en Spanje en kwam er een definitief einde aan de Spaanse Successieoorlog.

Vredesbepalingen
Na afloop van dertien jaar oorlog was er een machtsevenwicht bereikt tussen de grote Europese mogendheden. Filips van Anjou werd erkend als Filips V van Spanje, op voorwaarde dat hij afstand deed van zijn claim op de Franse kroon. De Duitse keizer gaf vervolgens zijn aanspraak op de Spaanse kroon op in ruil voor de overname van een aantal Spaanse gebieden, waaronder Napels, Milaan, Sardinië en de Spaanse Nederlanden. Groot-Brittannië ging er ondertussen vandoor met Gibraltar en het Asiento op de Spaanse koloniën. De Nederlandse Republiek kwam er relatief bekaaid vanaf; zij moest genoegen nemen met Vlodrop, Stevensweert en Venlo.

Tekst: Jan Nicolas
Foto: Adobe

Aanbevolen voor jou...

Leave a Comment