(720 – 1492) DE MOORSE OVERHEERSING

Spanje heeft een rijke geschiedenis. In de prehistorie was het de laatste toevluchtshaven van de neanderthalers en herbergde het onze voorouders, de cro-magnonmensen, die de prachtige schilderingen aanbrachten in de grotten van Altamira. Later vestigden zich op het Iberisch schiereiland de handeldrijvende Foeniciërs en Grieken en vochten de Carthagers er met de Romeinen. De daaropvolgende Romeinse bezetting duurde vele eeuwen en beïnvloedde de cultuur van Spanje diepgaand. Na de Romeinen namen de Visigoten bezit van het Iberisch schiereiland, op hun beurt gevolgd door de Moren waarna een weergaloze culturele bloeitijd aanbrak. Honderden jaren nadien veroverden de christelijke koningen uit Castilië en Aragón het schiereiland, de Reconquista, en vestigden Carlos I, die wij beter kennen als keizer Karel V, en Felipe II een wereldrijk vooral door hun veroveringen in Amerika. Na een lange periode van neergang begon in de negentiende eeuw het gevecht tussen het oude regime en het liberalisme. Het anarchisme schoot wortel en het voorspel tot de Burgeroorlog van 1936-1939 begon. Deze oorlog trok sporen tot in het heden en bracht Spanje bijna veertig jaar dictatuur onder Franco. Deze aflevering omspant de periode van de Moorse overheersing die begon in 720 en pas eindige in 1492 met de val van Granada.

In 710 stak een Moors leger van 9.000 Berbers, onder aanvoering van Tariq Ibn Ziyad, de straat van Gibraltar over en begon aan een veroveringstocht die in slechts veertien jaar tijd vrijwel het gehele Iberisch schiereiland onder Moors bewind bracht. Het werd een provincie van het Moorse kalifaat van de Omajjaden onder de naam van ‘al-Andalus’. In 721 werden de Moren verslagen in de slag van Covadonga. Deze veldslag vond zijn oorzaak in een opstand van de christelijke Asturiaanse elite onder leiding van de Visigoot Pelayo. De Moren trokken zich terug uit dit onherbergzame gebied en Pelayo werd uitgeroepen tot koning van Asturië. Pelayo wordt dan ook algemeen beschouwd als de eerste Reconquistador, oftewel ‘heroveraar’, van Spanje. Met de term Reconquista wordt de ‘herovering’ van Spanje door de christenen van Spanje op de Moren aangeduid. Tegenslagen voor de Moren waren ook de nederlagen tegen de Franken in de veldslagen bij Toulouse in het jaar 721 en in de beroemde slag bij Poitiers in 732, waar Charles Martel het Arabische leger vernietigde. Natuurlijk is de nederlaag van de Moren bij Poitiers voor de Moren een zeer gevoelig verlies geweest, maar heeft het hen er niet van weerhouden om ook daarna de Franken aan te vallen op eigen bodem om al-Andalus uit te breiden. Pogingen die uiteindelijk strandden omdat het uitvechten van interne twisten, veroorzaakt door Berberopstanden, teveel energie kostte. Niet Charles Martel, maar opstandige Berbers hebben dus min of meer verhinderd dat het christelijke Europa werd geïslamiseerd. Uiteindelijk werden de interne conflicten beslecht door Abd al-Rahman I die in 756 het emiraat van Córdoba stichtte.

Het koninkrijk Pamplona
Abd al-Rahman I ontpopte zich als een gematigd en bovenal grootmoedig heerser die voorkwam dat het islamitische al-Andalus helemaal uiteenviel. Onder zijn bewind kwam Córdoba tot bloei en werd het opgesierd met de meest prachtige tuinen en gebouwen. Volgens een oude legende zijn alle palmen op het Iberisch schiereiland dan ook afkomstig van die ene en eerste palm die Abd al-Rahman I in zijn tuin liet planten. Hoogtepunt was ongetwijfeld het in aanbouw nemen van de bouw van de Moskee van Córdoba. Abd al-Rahman I regeerde tot 788. Na de dood van Abd al-Rahman I volgde een enigszins instabiele periode van veel opstanden tot dat in 929 emir Abd al-Rahman III zich de titel van kalief aanmat en zich daarmee meteen ook losmaakte van het kalifaat van Bagdad. Het kalifaat van Córdoba vormt vanaf dat moment het politieke en culturele hoogtepunt van de islamitische beschaving in al-Andalus. Het werd op strikt centralistische wijze bestuurd en zo vormde zich een enorm leger van ambtenaren dat zich vestigde in de stad Medina al-Zahra, gelegen op enkele kilometers ten westen van Córdoba. Medina al-Zahra was geheel gebouwd volgens een gepland schema en de grootste in één keer opgetrokken urbanisatie in het Middellandse Zeegebied. Gedurende de achtste en negende eeuw breidde echter het koninkrijk Asturië zich uit in zuidelijke richting en maakte zich meester van wat wel de woestijn van de Duero wordt genoemd. Een soort van niemandsland ontstaan door de zich terugtrekkende Berbers. Rond 910 viel het koninkrijk uiteen en ontstond het koninkrijk León rond de gelijknamige stad, dat in het oosten grensde aan het sinds 824 in opkomst zijnde koninkrijk Pamplona. Pamplona was daarvoor een graafschap dat deel uitmaakte van de Spaanse Mark, een door Charlemagne beheerst buffergebied tussen zijn Frankische rijk en het Moorse emiraat. Ook de graafschappen Aragón en Barcelona waren gelegen in deze bufferzone.

Een verscheurd kalifaat
In het jaar 932 werd in het meest oostelijk deel van het koninkrijk León door koning Ramiro II het krachtige graafschap Castilië geformeerd, dat geregeerd werd door Fernán González. Dit vertoon van christelijke macht lokte direct een reactie uit van de kalief van Córdoba, Abd al-Rahman III, die besloot op te trekken tegen de christelijke rijken, maar in 939 verpletterend werd verslagen in de slag bij Simancas. Vanaf 941, het jaar waarin een vredesovereenkomst werd getekend, bleven er schermutselingen plaatsvinden tussen christenen en Moren, waarbij de grens tussen hun rijken weliswaar fluctueerde, maar niet wezenlijk werd gewijzigd. Wel consolideerden de christelijke vorsten hun posities, een situatie die duurde tot aan de opkomst van de Moorse heerser Almanzor. Hij regeerde met ijzeren vuist over het kalifaat en ondernam meer dan vijftig aceifas, oftewel strafexpedities, tegen de christelijke rijken in het noorden, waarbij delen van het Duerodal werden heroverd. Almanzor overleed in 1002 en vanaf dat moment boette het kalifaat aan kracht in, wederom ten gevolge van oplaaiende interne twisten. Het tegenovergestelde gebeurde aan de andere kant van de grens, waar in 1004 Sancho Garcés III, oftewel Sancho de Grote, aan het bewind kwam in Pamplona. Sancho slaagde erin om zijn rijk zowel naar het westen als naar het oosten flink uit te breiden. In oostelijke richting tot aan het graafschap Barcelona en in het westen legde hij het koninkrijk León vazalschap op. Tegenover dit oppermachtige Pamplona lag een verscheurd kalifaat dat rond 1030 uiteenviel in een meerdere kleinere rijken, de ‘reinos de taifas’, waarmee de machtsverhouding op het Iberisch schiereiland leek te zijn verschoven ten gunste van de christenen. Leek, want niet lang na de dood van Sancho de Grote in 1035 wijzigde de situatie in het noorden zich drastisch. Zijn eerst zo machtige rijk werd verdeeld en tussen zijn erfgenamen ontwikkelde zich een bittere strijd om de absolute macht.

Uiteenval van het Moorse rijk
Met de verdwijning van het centrale gezag van het kalifaat van Córdoba in 1031 viel het drie eeuwen lang oppermachtige Moorse al-Andalus uiteen in een groot aantal koninkrijkjes, de zogenaamde reinos de taifas. Het woord taifa is Arabisch en heeft in het Spaans o.a. de betekenis van troep of bende. De grenzen tussen deze zelfstandige gebieden waren niet nauwkeurig vastgelegd en veranderden voortdurend vanwege de onderlinge strijd, waarbij de regionale heersers beurtelings de hulp inriepen van Moorse of christelijke leiders. Ook in het christelijke noorden was op dat moment sprake van versnippering door de opdeling van het koninkrijk Pamplona dat na de dood van Sancho de Grote in 1035 werd gesplitst in Pamplona (ofwel Navarra), Aragón en het graafschap Castilië. Nog lang werd er strijd gevoerd om de heerschappij in het noorden, waaruit de koninkrijken Castilië, dat op termijn León zou opslokken, en Aragón als overwinnaars te voorschijn kwamen.

El Cid
In 1085 werd, na een zware strijd, de stad Toledo door Alfonso VI van Castilië ingenomen. Daarmee verschoof het machtsevenwicht op het schiereiland dusdanig dat de heersers van de taifas zich genoodzaakt zagen de hulp in te roepen van hun geloofsgenoten, de Almoraviden, een Berberstam uit Noord-Afrika. Gedurende een lange periode ontwikkelde al-Andalus zich in feite tot een provincie van het Berberrijk en werd het gebied geregeerd vanuit Marrakesh. Toledo bleef weliswaar in christelijk bezit, maar in 1102 viel Valencia in handen van de Almoraviden, de stad die in 1094 was ingenomen door Rodrigo Díaz de Vivar, beter bekend als ‘El Cid’. Hij is de absolute icoon van de strijd van christenen tegen de Moren en was een zeer bekwaam veldheer, die echter niet altijd even loyaal was aan zijn heer, koning Alfonso VI. In 1118 sloeg koning Alfonso I van Aragón, de Strijdvaardige, een beleg voor de stad Zaragoza en dwong deze tot overgave. Hij verkreeg daarmee de titel koning van Zaragoza en maakte de stad tot regeringszetel van zijn gehele koninkrijk. Vanaf 1145 nam de kracht van de Almoraviden af en verbrokkelde al-Andalus opnieuw in een aantal kleine zelfstandige koninkrijken. Deze onzekere periode duurde tot 1170 toen een invasie plaatsvond door een andere Berbergroepering, de Almohaden, onder aanvoering van Yusuf I die Sevilla tot hoofdstad van zijn imperium maakte. Yusuf I omringde zich met tal van geleerden, schrijvers en filosofen waaronder de twee wellicht belangrijkste van alle denkers uit de Moorse periode, Ibn Tufayl en Averroës. Gedurende de vijf jaar van zijn verblijf in al-Andalus handhaafde Yusuf vrede en stabiliteit. Hij nam ook het initiatief tot de bouw van diverse schitterende bouwwerken in Sevilla, waaronder het wereldberoemde Alcázar.

Het definitieve keerpunt
De opvolger van Yusuf I, Yaqub, trok met zijn leger richting al-Andalus om de steeds verder oprukkende christenen tegen te houden, maar pas in 1195 was er sprake van een serieuze confrontatie. Ten noorden van Córdoba troffen de legers elkaar en leden de christelijke troepen een zware nederlaag. Na de dood van Yaqub in 1199 taande de macht van de Almohaden en het was in 1212 dat zij door een gecombineerd leger van León, Castilië, Navarra en Aragón een definitieve slag werd toegebracht in de veldslag van Las Navas de Tolosa. Deze overwinning wordt beschouwd als het definitieve keerpunt in de Reconquista. Na de nederlaag bij Navas de Tolosa werden de Almohaden geleidelijk aan teruggedreven en viel al-Andalus opnieuw uiteen in taifas die een gemakkelijke prooi waren voor de christenen. Vanaf dat moment nam koning Fernando III van Castilië het heft in handen. Fernando III, die als dank voor zijn vele veroveringen de bijnaam ‘de Heilige’ kreeg, kwam in 1230 aan de macht nadat een heftig conflict om de troon van León in zijn voordeel was beslecht. Castilië en León vormden vanaf dat moment een geheel: de kroon van Castilië. Fernando’s bestuurlijke kwaliteiten stonden garant voor het zorgvuldig innen van belastingen, wat hem in staat stelde de Reconquista in volle omvang te hervatten. Hij veroverde belangrijke steden zoals onder andere Jerez de la Frontera, Córdoba, Jaén en het mooie Sevilla.

Aanval op Granada
Ook door Jaime I werden belangrijke overwinningen geboekt. Gedurende zijn lange regeerperiode heeft Jaime I zijn naam als Veroveraar gevestigd door achtereenvolgend Mallorca, Ibiza, Valencia en Dénia in te nemen. Grensgeschillen tussen Castilië en Aragón werden beslecht met het verdrag van Almizra (1244). Daarmee kreeg Castilië Murcia in handen en directe toegang tot de Middellandse Zee. In 1252 volgde Alfonso X zijn vader Fernando III op als koning van Castilië. Hij is de geschiedenis ingegaan als Alfonso de Wijze en was een van de belangrijkste vorsten die het Iberisch schiereiland heeft gekend. Hij bouwde de ‘Escuela de Traductores’ ofwel vertalersschool in Toledo uit tot kenniscentrum waarin Spaanse, Hebreeuwse en Arabische wetenschappers en taalkundigen samenwerkten om geschriften uit de Griekse en Arabische wereld te vertalen in het Latijn. Toledo groeide in die tijd uit tot een prominente verbindingsschakel tussen Oost en West. Van zijn hand zijn ook de ‘Siete Partidas’, een belangrijke unificatie van de Castiliaanse wetgeving. In 1264 nam Alfonso X de stad Cádiz in, waarmee een voorlopig einde kwam aan de Reconquista. Alleen restte er voor Castilië nog de verovering van Granada. Delen ervan wist Castilië in de loop van 1264 tot 1344 in handen te krijgen, maar het duurde tot 1482 voordat de definitieve aanval op de stad Granada werd ingezet.

Tekst: Jan Nicolas
Foto: Adobe

Aanbevolen voor jou...

Leave a Comment