DE KALE KAPPER

Ik ga zitten op de mij toegewezen stoel. De kapper, een klein, negroïde, gerimpeld, oud kaal mannetje, begint met het laten zakken van de stoel in standje grondniveau. Vervolgens pakt het trolletje een opstapje. Ondanks alles is het doel van zijn schaar, mijn hoofd, nog steeds buiten zijn bereik. Of ik iets onderuit wil zakken. Als ik uiteindelijk met mijn nek op de plek zit waar normaal gesproken mijn kont hoort te zitten, kan het mannetje aan de slag. Een knetterend schoon laken om, een iets te strak bandje om mijn nek en vanuit het niets wordt mijn hoofd bespoten met een soort ijswater. Goed voor mijn hartspier.

Meneer vraagt of er veel af moet. Ik kijk even naar zijn kale hoofd. Wat zou hij bedoelen met ‘veel er af’? Voor de zekerheid zeg ik dat ik het gedekt wil houden. Voor je het weet ga je namelijk als de witte Umberto Tan door het leven. Na mijn hoofd in model gebracht te hebben begint hij, ongevraagd, aan mijn wenkbrauwen. Met een zelfverzekerde knip zien mijn wenkbrauwen er ineens uit als die van een twintigjarige. Het heertje pakt daarop twee wattenstaafjes, waarna zijn assistente aan komt draven met een potje kokend hete was. Voor ik het goed en wel besef doopt hij de wattenstaafjes in de hete was en ramt hij beide staafjes mijn neusgaten binnen. En dat doet pijn.

Ik zit vijf minuten, die wel een dag lijken te duren, zwaar voor lul en voel derdegraads brandwonden ontstaan in mijn neusgaten. Zonder waarschuwing vooraf pakt de dwerg het eerste wattenstaafje beet. Rats! Met een ferme ruk verwijdert hij het eerste staafje, dat compleet verankerd zit  aan alle haren in mijn neus. Een soort omgekeerde ontmaagding. Eén gehad, nog één te gaan. Ik overweeg serieus om de rest van mijn leven met een wattenstaafje in mijn neus te blijven lopen. Rats! Voor ik mijn twijfel kan uiten is ook het tweede staafje verwijderd. Mijn tranen spuiten nu onstuitbaar naar buiten. Ik ben nu serieus bang dat de kleine sadist onder dwang mijn anus gaat harsen. Hij pakt echter een kleine tondeuse. Met een kort ‘bzz, bzz’, worden mijn oren ontdaan van hun wildgroei. Waarom had dat ettertje ook geen ‘bzz, bzz’ gedaan bij mijn inmiddels overgevoelig geworden neusgaten? ‘Bzz, bzz’ voelt zoveel prettiger dan ‘rats, rats’. Of ik geschoren wil worden? Maar iemand die reeds de eerste tekenen van Parkinson vertoont, laat ik liever niet met een scherp mes in de buurt van mijn inmiddels flink kloppende halsslagader komen. Ik besluit daarom spontaan mijn baard te laten staan.

Compleet gemillimeterd en met lege neus- en ooruitgangen ga ik huiswaarts. Thuis gekomen ziet niemand dat ik naar de kapper ben geweest. Laat staan dat iemand zegt: “Goh, was is je neus leeg.”

Jan van Oranje


Jan van Oranje is als columnist ondermeer verbonden aan metronieuws.nl en Viva! Magazine, waar hij in zijn vaste rubriek ‘In naam van Oranje’ zijn licht laat schijnen over actuele gebeurtenissen en op unieke wijze de hilariteit van het dagelijks leven aantoont. Meer columns van Jan van Oranje kunt u lezen op www.janvanoranje.nl.

Aanbevolen voor jou...

Leave a Comment