(1451 – 1506) CRISTOFFEL COLUMBUS

Spanje heeft een rijke geschiedenis. In de prehistorie was het de laatste toevluchtshaven van de neanderthalers en herbergde het onze voorouders, de cro-magnonmensen, die de prachtige schilderingen aanbrachten in de grotten van Altamira. Later vestigden zich op het Iberisch schiereiland de handeldrijvende Foeniciërs en Grieken en vochten de Carthagers er met de Romeinen. De daaropvolgende Romeinse bezetting duurde vele eeuwen en beïnvloedde de cultuur van Spanje diepgaand. Na de Romeinen namen de Visigoten bezit van het Iberisch schiereiland, op hun beurt gevolgd door de Moren waarna een weergaloze culturele bloeitijd aanbrak. Honderden jaren nadien veroverden de christelijke koningen uit Castilië en Aragón het schiereiland, de Reconquista, en vestigden Carlos I, die wij beter kennen als keizer Karel V, en Felipe II een wereldrijk vooral door hun veroveringen in Amerika. Na een lange periode van neergang begon in de negentiende eeuw het gevecht tussen het oude regime en het liberalisme. Het anarchisme schoot wortel en het voorspel tot de Burgeroorlog van 1936-1939 begon. Deze oorlog trok sporen tot in het heden en bracht Spanje bijna veertig jaar dictatuur onder Franco. Deze aflevering omspant de periode van 1451 t/m 1506, waarin Cristoffel Columbus werd geboren in het Italiaanse Genua en later per toeval Amerika ontdekte.

Op 12 oktober viert heel Spanje en een groot deel van de 500 miljoen spaanstaligen in de wereld la Día de la Hispanidad, oftewel de Fiesta Nacional de España, een feestdag geheel in het teken van Spanje en het Spaanse imperium wat na de ontdekking van Amerika door Cristoffel Columbus ontstond. Tegenwoordig is op deze feestdag in Spanje het meest kenmerkend het militaire defilé in Madrid waarbij het Spaanse leger aan de Koning hun militaire kracht laat zien. Voor veel Spanjaarden echter is 12 oktober een heerlijke vrije dag. In 27 landen op vijf verschillende continenten wordt op 12 oktober de band met Spanje gevierd, behalve in de Verenigde Staten, waar Columbusdag elk jaar op de tweede maandag van oktober valt. In Latijns-Amerika wordt Columbusdag meestal ‘Día de la Raza’ genoemd, vrij vertaald de ‘dag van het ras’. Oorspronkelijk werd in deze landen ook Columbusdag gevierd, maar het werd veranderd nadat deze landen zich meer als ‘mesties’ gingen beschouwen. Men vond het niet meer gepast om een feest te vieren ter ere van een gebeurtenis die volgens sommigen Amerika onderwiep aan Europa en het continent in 300 jaar ellende stortte. Waar men vroeger het feit dat Columbus het Amerikaanse continent ontdekte vierde, viert men nu het feit dat dankzij de vermenging van Europeanen en Indianen een geheel nieuw ras is ontstaan.

Beperkte informatie
Christoffel Columbus, alias Cristoforo Colombo, alias Cristóbal Colón, alias Cristóvão Colombo, alias Christophorus Columbus is geboren in het Italiaanse Genua in het jaar 1451. Hij wordt algemeen gezien als de beroemdste ontdekkingsreiziger uit het tijdperk van de grote ontdekkingen. Met name door zijn ‘ontdekking’ van Amerika onder Spaanse vlag in 1492, waarbij hij dacht Indië bereikt te hebben. Maar wie was deze man met vele namen? En kloppen alle beweringen en verhalen omtrent deze kleurrijk persoon eigenlijk wel? Dat Columbus een grote visionair was, die in tegenstelling tot zijn tijdgenoten doorhad dat de wereld niet plat was maar rond, is een verzinsel uit de romantiek. De zeevaarder ging zelfs met volledig verkeerde berekeningen op pad. Dat maakt zijn prestatie echter niet minder groot. Over Christoffel Columbus weten we weliswaar veel meer dan over veel van zijn tijdgenoten, maar toch is die informatie zo beperkt dat ze nu al vijf ruim eeuwen ruimte biedt voor allerlei wilde theorieën en verzinsels. Dat begon al bij Columbus zelf. Geheel volgens de traditie van de middeleeuwse heiligenlevens stileerde hij zijn levensloop tot het verhaal van iemand die ‘door Gods hand’ was gewezen op een tot dan toe door niemand geziene waarheid, en vervolgens geprobeerd heeft anderen daarvan te overtuigen. Ook zijn zoons en vroege biografen hebben bijgedragen aan dit beeld. Tegelijkertijd waren er in de wedloop om de roem veel concurrenten, en werd het nieuwe werelddeel uiteindelijk niet vernoemd naar Columbus, maar naar de eveneens uit Italië afkomstige cartograaf en ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci.

Dwaas of groot visionair?
Al tijdens zijn leven werd Columbus vaak gezien als een dwaas, wiens reputatie door enkele catastrofaal verlopen vervolgreizen naar het westen sterk was aangetast. Vandaar dat er lange tijd weinig aandacht aan hem werd geschonken, tot de jonge Verenigde Staten grote behoefte kregen aan nationale helden. In 1828 publiceerde Washington Irving zijn ‘Life and Voyages of Christopher Columbus’, een beststeller waarvan vóór 1900 niet minder dan 175 drukken verschenen. Generaties mensen zijn mede daardoor opgegroeid met het beeld van Columbus als de grote visionair, die, in tegenstelling tot zijn nog in middeleeuwse onwetendheid gedompelde tijdgenoten, doorhad dat de wereld niet plat, maar rond was. Maar ook de grote Zwitserse historicus Jacob Burckhardt beschreef in 1860 Columbus in ‘Die Kultur der Renaissance in Italien’ als: “De grote Genuees die aan de overzijde van het water een nieuw continent verwachtte, zocht en vond.” In veel levensbeschrijvingen van Columbus overheerste de romantische notie van het miskende genie, de man die vergeten en verguisd in armoede stierf en wiens grote betekenis pas door latere generaties onderkend werd. Daarnaast waren er tal van auteurs die de vele witte plekken en vraagtekens in de levensloop van Columbus gebruikten om hun fantasie de vrije loop te laten, en van hem een Portugees, een Catalaan of zelfs een Jood te maken.

Historische visies
Zo waren er zelfs auteurs die probeerden zijn prestatie te bagatelliseren door te wijzen op een geheimzinnige voorganger. Die zou Columbus in vertrouwen verteld hebben dat hij aan gene zijde van de Atlantische Oceaan een nieuw continent had ontdekt, waarna de Genuees er met de eer vandoor ging. Ook bestaat er een theorie dat een paar oorspronkelijke inwoners van het Amerikaanse continent met hun kano richting Europa zijn afgedreven, en dat Columbus dit te weten was gekomen. In ieder geval hebben nogal wat fantasierijke auteurs beweerd dat Columbus een ‘geheim’ had, en dat zijn ‘ontdekking’ dus geen echte ontdekking was. De schaarse ‘harde’ feiten en talloze theorieën over Columbus vormen een probleem. In zijn fraaie boek ‘Zwarte Renaissance’, over de Spaanse gloriejaren tussen 1492 en 1536, schreef Chris van der Heijden dan ook dat over de persoon Columbus en zijn daden eigenlijk niets meer te zeggen valt. Ze zijn zo uitgemolken dat bijna alle serieuze historici hun best doen het thema Columbus te vermijden. En inderdaad, populaire en zelfs op sensatie beluste boeken verschijnen er nog altijd, maar na de vijfhonderdste verjaardag van zijn ontdekking in 1992 zijn er nauwelijks nog wetenschappelijke studies over Columbus uitgekomen.

Een bescheiden afkomst
Alle speculaties ten spijt staat toch wel vast dat de Christóbal Colón die op 3 augustus 1492 met drie schepen uit de Andalusische haven Palos vertrok om de Atlantische Oceaan over te steken, dezelfde was als de Christoforo Colombo die rond 1451 in of bij Genua werd geboren als zoon van een wever. Zijn afkomst was zo nederig dat hij in een van de contemporaine bronnen wordt aangeduid als ‘Columbus de pauper’ Voor de ambitieuze Columbus was er alle reden om te verzwijgen waar hij vandaan kwam en te beweren dat een van zijn voorvaderen admiraal was geweest. Zelf stelde hij dat hij uit bescheidenheid zweeg over zijn familie; hij wilde beoordeeld worden op zijn eigen daden, niet op de verdiensten van zijn voorvaderen. Maar van die illustere voorvaderen, en van bescheidenheid, ontbreekt verder elk spoor.

Mythische eilanden in het Westen
De kerk was voor onaanzienlijke maar oh zo ambitieuze vijftiende-eeuwers een beproefd middel om de maatschappelijke ladder te beklimmen, maar voor inwoners van Genua was er ook nog de zeevaart. Het handelsimperium van de Genuezen had zich aanvankelijk vooral in de Levant en het gebied rond de Zwarte Zee uitgestrekt, maar na de val van Constantinopel was het zich gaan uitbreiden in de Atlantische Oceaan. In verschillende Portugese en Spaanse havens bevonden zich aanzienlijke kolonies Genuese kooplieden, wier schepen voeren tot aan IJsland en de Canarische Eilanden. Columbus moet op zeer jonge leeftijd naar zee zijn gegaan, aangezien hij al als twintiger gezagvoerder was van een schip. Na aanvankelijk vooral in de westelijke Middellandse Zee te hebben gevaren, vestigde hij zich in 1477 in Lissabon, waarna hij zijn aandacht vooral richtte op de enorme plas water die zijn tijdgenoten de ‘Oceaanzee’ noemden. In de loop van de veertiende en vijftiende eeuw hadden met name de Portugezen zich steeds zuidelijker op de Atlantische Oceaan gewaagd en tal van eilanden voor de kust van Afrika ontdekt en in kaart gebracht. Tegelijkertijd geloofde men in het bestaan van allerlei mythische eilanden, zoals ‘Brazilië’ en ‘Antillië’, die niet zelden op kaarten werden ingetekend. De ontdekkers van de Canarische Eilanden in 1402 waren gelokt doordat een cartograaf daar een groot eiland had getekend waarop een ‘rivier van goud’ zou stromen. Dat viel tegen, maar deze eilandengroep werd wel spoedig gekoloniseerd. Voor eerzuchtige en avontuurlijke zeevaarders was hier letterlijk een wereld te winnen. Maar wat zou men aantreffen als men steeds verder westwaarts zou zeilen?

Het einde van de wereld
Dat Columbus’ tijdgenoten dachten dat de aarde een pannenkoek was waar men zomaar vanaf kon vallen, is een verzinsel uit de romantiek. De rond het begin van onze jaartelling levende Strabo had als eerste reeds ondubbelzinnig beweerd dat de aarde bolvormig was, en een vertaling van diens Geografie was in 1469 in Italië in druk verschenen en bijna verplicht leesvoer. Want als men werkelijk dacht dat de aarde plat was, waarom zou men dan überhaupt plannen maken om te gaan varen voorbij de horizon? Want dat zou, als je alle verhalen moet geloven, het einde van de wereld zijn. Daarbij waren de Canarische Eilanden al lang en breed door Spanje ontdekt en die liggen toch echt behoorlijk ver achter de horizon.

Nog een continent?
Er werd volop gespeculeerd over de vraag of er ten westen van Europa en Afrika nog een continent lag, of dat er alleen eilanden waren en men in theorie zo naar Azië zou kunnen varen. En mocht dat laatste het geval zijn, hoe breed was de oceaan dan? Was het mogelijk om die over te steken? Omdat Columbus al jong naar zee was gegaan had hij niet gestudeerd, maar uit zijn geschriften blijkt dat hij vooral op latere leeftijd zeer belezen was. Als typische autodidact was hij overigens tamelijk onkritisch, hoewel hij er ook plezier in had als hij een geleerde autoriteit op een vergissing betrapte. Vanaf ca. 1480 was hij sterk geïnteresseerd in alle theorieën over de Atlantische Oceaan en moet bij hem op enig moment de gedachte zijn opgekomen om westwaarts te varen. Uit de spaarzame geschriften en kanttekeningen in de door hem bestudeerde boeken blijkt dat Columbus uiteenlopende ideeën had over wat hij in het westen zou kunnen aantreffen. Op het ene moment leek hij erg geïnteresseerd in de door Strabo genoemde, ‘antipoden’ of ‘tegenvoeters’, terwijl hij op andere momenten leek te hopen dat hij zelf een te koloniseren eilandengroep zou ontdekken. Het idee dat hij het vasteland van Azië, of het daarvoor gelegen eiland Cipangu (Japan), zou kunnen bereiken kwam waarschijnlijk vrij laat bij hem op.

Via het Westen naar Azië
De voor die tijd revolutionaire theorie dat vanuit Europa westwaarts naar Azië kon worden gezeild werd vooral gepropageerd door de Florentijnse wiskundige en astronoom Paolo dal Pozzo Toscanelli, die de Portugezen adviseerde dit waagstuk te ondernemen. Zij wezen het plan echter af, omdat de afstand veel te groot zou zijn en water en voedsel op zo’n lange reis zouden bederven. Vandaar dat Columbus geen gehoor vond toen hij bij de Portugezen aanklopte. Ook toen hij zich daarna richtte tot het Spaanse koningspaar Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon, werden zijn plannen keer op keer afgewezen door de geleerden aan het hof. Daardoor zijn zij in de negentiende en twintigste eeuw vaak afgeschilderd als bekrompen middeleeuwers, die er volstrekt achterhaalde ideeën op na hielden.

De inschattingsfout van Columbus
In werkelijkheid bleken de toen gangbare opvattingen over de afstand die, uitgaande van de veronderstelling dat er geen continent tussen Europa en Azië zou liggen, naar Azië zou moeten worden afgelegd redelijk te kloppen met wat we nu weten. Columbus daarentegen schatte de omtrek van de aarde ruim 25 procent kleiner in dan feitelijk het geval is, terwijl hij ervan uitging dat de Euro-Aziatische landmassa veel groter was dan we nu weten en wat men toen ook eigenlijk al dacht te weten. In werkelijkheid zou dat, met de schepen uit die tijd en bij afwezigheid van Amerika, zo’n 70 dagen zijn. Iets wat gezien de toenmalige navigatietechnieken en bevoorrading volstrekt onverantwoord was. Hierdoor kwam hij tot de verkeerde conclusie dat de zeereis van de Canarische Eilanden naar Japan slechts 16 dagen zou duren. Toen hij, nadat hij jarenlang gelobbyd had en door belangrijke hovelingen was gesteund, eindelijk opdracht kreeg ‘in de Oceaanzee eilanden en vasteland’ te zoeken, mocht Columbus van geluk spreken dat zijn theorie van de Oceaanzee niet klopte en dat er wel degelijk een continent lag tussen Europa en Azië. Anders waren hij en zijn mannen jammerlijk omgekomen van dorst en honger en had waarschijnlijk verder nooit meer iemand de naam ‘Columbus’ genoemd.

Naar het Westen
Na het vertrek uit Palos zette Columbus met de ‘Santa María’ en de karvelen ‘Pinta’ en ‘Niña’ koers naar de Canarische Eilanden, vanwaar hij op 6 september 1492 begon aan de grote oversteek. In de vroege ochtend van 12 oktober 1492 riep een matroos van de Pinta het lang verwachtte “Tierra! Tierra!” Columbus zou later beweren dat hij ’s nachts al licht had gezien, zodat hij de matroos vóór was en de in het vooruitzicht gestelde beloning zo in eigen zak kon steken. Op welk Caribisch eiland Columbus die dag nu precies aan land ging zal wel altijd onduidelijk blijven; belangrijker is echter dat hij nog altijd dacht in Azië aangekomen te zijn. Omdat het onmiddellijk duidelijk was dat de bewoners niet tot de verfijnde beschaving behoorden die door Marco Polo was beschreven, beklemtoonde Columbus dat het ging om ‘naakte mensen’. Dit was niet louter een constatering maar tevens een classificatie: het betrof hier ‘wilden’, die weliswaar moreel hoogstaand waren, maar geen burgers van een bestaande staat. Zodoende kon dit grondgebied door Spanje in bezit worden genomen.

Nog drie expedities
Hoewel tijdens de 3 maanden durende verkenningstocht door het Caribisch gebied de gedroomde hoeveelheden goud en de verwachte hoogstaande beschavingen niet werden gevonden en Columbus’ vlaggenschip Santa María verging, keerde hij triomferend terug in Spanje. De daaropvolgende jaren zou hij nog driemaal een expeditie naar de ‘Nieuwe Wereld’ leiden. Deze duurden veel langer dan de eerste, en verliepen voor Columbus allemaal rampzalig. Tijdens de derde tocht, waarbij voor het eerst het vasteland van Zuid-Amerika werd bereikt, werd hij na een conflict met kolonisten zelfs gearresteerd door een Spaanse regeringsfunctionaris, waarna hij in ketenen naar Spanje werd gevoerd. Daar werd hij door Isabella en Ferdinand echter welwillend ontvangen, zodat hij in het voorjaar van 1502 voor de laatste maal westwaarts kon varen. Hoewel Columbus, in weerwil van de romantische legende, bij zijn dood in 1506 niet straatarm maar tamelijk rijk was, stierf hij wel als een verbitterd man. Van eenvoudige weverszoon mocht hij dan zijn opgeklommen tot admiraal, onderkoning van de Spaanse koloniën en stichter van een adellijk geslacht, voor Columbus was het niet voldoende. Zijn doel, de Oriënt bereiken, had hij immers niet verwezenlijkt.

Het karakter van Columbus
Columbus was een uitermate complexe figuur. Deels had dit te maken met zijn karakter. Hij had een onlesbare dorst naar status en rijkdom, was berekenend en ging desnoods over lijken, maar tegelijkertijd was hij diep religieus, zijn ultieme droom was het heilige Jeruzalem te bevrijden van de ‘heidenen’. De door en door praktische zeeman en briljante navigator, die als eerste doorhad hoe gebruik kon worden gemaakt van de passaatwinden en met uiterst primitieve middelen levensgevaarlijke zeereizen maakte, hoorde regelmatig ‘hemelse stemmen’, geloofde werkelijk en zonder enige twijfel te handelen in opdracht van God, en schreef curieuze teksten vol visioenen. Hij was zowel mysticus als empirist. Wat dit betreft moet Columbus dan ook worden gezien als iemand die met het ene been nog volop in de Middeleeuwen stond, terwijl hij zijn andere been plantte in wat wij tegenwoordig de ‘moderniteit’ noemen. Enerzijds sloot hij het boek van de middeleeuwse kosmografie af, terwijl hij anderzijds de eerste, aarzelende notities maakte in de annalen van de wetenschappelijke revolutie. Hoewel hij zeker niet de briljante visionair was die de negentiende-eeuwers in hem zagen, was hij ook niet de gek voor wie veel tijdgenoten hem versleten. Dat hij zijn eerste tocht baseerde op onjuiste berekeningen en het Amerikaanse continent ‘per ongeluk’ ontdekte, maakt zijn prestatie niet minder groot. Door zijn overtuiging, zeemanschap en durf deed Columbus iets waar anderen zich niet aan waagden. De Portugezen hadden vanaf de jaren 1430 stukje voor stukje de Afrikaanse kust verkend, totdat de bekende ontdekkingsreiziger Vasco da Gama in 1498 uiteindelijk om Kaap de Goede Hoop naar India zou varen. Dit was een pragmatische, min of meer wetenschappelijke aanpak, een proces van trial and error. Wat Columbus deed, op basis van verkeerde vooronderstellingen, was niet minder dan een kwantumsprong.

Grootse ontdekking of niets bijzonders?
Net zo goed als het onzin is om Columbus als genie te beschouwen, is het flauwekul om zijn ontdekking te bagatelliseren. Er is wel beweerd dat hij helemaal niets ‘ontdekt’ heeft, omdat hij niet doorhad dat hij niet in Azië was, maar op een geheel ander continent. Na zijn derde reis erkende Columbus echter dat de door hem gevonden landmassa het continent was waarover sommige geleerden al eeuwen hadden gespeculeerd. De algemene stelling dat Columbus dus tot aan zijn dood heeft gedacht dat hij Azië ontdekt had, is dus ook een ‘feit’ dat naar het rijk der fabelen gestuurd mag worden. Een ander argument om Columbus’ prestatie te kleineren, is wijzen op het feit dat de Vikingen rond het jaar 1000, dus zo’n vijf eeuwen voor Columbus, onder leiding van Leif Eriksson, ‘Vinland’ hadden bereikt, een land ten westen van de Westelijke en Oostelijke Nederzetting op Groenland, dat omstreeks 987 door zijn vader Erik de Rode en andere IJslandse Vikingen was gekoloniseerd. Behalve Vinland ontdekten zij ook Helluland en Markland. Als de saga’s kloppen, dan moeten dit delen van Amerika zijn geweest. Archeologische opgravingen bij L’Anse aux Meadows op Newfoundland lijken dit echter te bevestigen. De Vikingen wisten zich daarentegen niet blijvend te vestigen in de ‘Nieuwe Wereld’ en verlieten hun nederzetting ‘Leifsbuðir’ al na enkele jaren, onder druk van de plaatselijke ‘Skrælingar’. Anders dan Columbus’ Spanjaarden hadden de Vikingen geen militair overwicht op de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Toen rond 1400 ook Groenland zelf door de Vikingen werd verlaten, raakte de kennis in Europa over deze gebieden in vergetelheid. Pas in de 19e eeuw werd Leif Eriksson voor het eerst op het schild gehesen als de ‘eigenlijke’ ontdekker van Amerika. Het grote verschil is echter dat dit de Scandinaviërs lukte met ‘eilandhoppen’; ze voeren via IJsland en Groenland en hoefden zodoende veel minder grote afstanden te overbruggen. Bovendien waren de gevolgen van deze tijdelijke kolonisatie tamelijk marginaal en niet te vergelijken met de immense consequenties van de kolonisatie van Amerika door de Spanjaarden en Portugezen en, in de zeventiende eeuw, landen uit Noordwest-Europa.

Held of schurk?
Vaak wordt vanuit bepaalde geschiedkundige perspectieven, met name Amerikaanse en Italiaanse, Columbus als held aangeschreven. Mensen die Columbus als held beschouwen, bewonderen zijn durf. Veel Amerikanen zien hem als voorganger van de ‘American Dream’ omdat hij ondanks zijn afkomst veel heeft bereikt. Verder waarderen veel katholieken het feit dat hij het katholicisme naar Amerika bracht. In de meeste Spaanstalige landen wordt dan ook jaarlijks op 12 oktober ‘Columbusdag’ gevierd. Anderen, zoals men bijvoorbeeld kan lezen in ‘A People’s History’ van Howard Zinn, zijn kritisch over Columbus en schilderen hem af als een roofzuchtige conquistador. Zij zien hem als verantwoordelijk voor de genocide op de oorspronkelijke bevolking van Amerika en als aanzetter van de slavenhandel. Deze discussie tussen de ‘witte legende’ en de ‘zwarte legende’ is haast zo oud als de ontdekking van Amerika zelf. De aanzet werd in 1552 gegeven door de katholieke priester ‘Bartolomé de las Casas’ met de publicatie van het ‘Zeer kort relaas van de vernietiging van de Indiën’, een vlammend protest tegen de behandeling van de Indianen.

De betekenis van de ontdekking van Amerika voor de ontwikkeling van Europa kan moeilijk worden overschat. Natuurlijk is het zo dat als Columbus op 11 oktober 1492 het roer had omgegooid en terug was gezeild, iemand anders Amerika wel had gevonden, maar zoiets geldt voor nagenoeg elke ontdekking. Columbus bleef echter op koers en was daardoor verantwoordelijk voor een cruciaal keerpunt in de geschiedenis van Europa én van Amerika.

Tekst: Jan Nicolas
Foto: Adobe

Aanbevolen voor jou...

Leave a Comment