STIERENVECHTEN: EEN BLOEDERIGE TRADITIE OF CULTUREEL ERFGOED?

STIERENVECHTEN: EEN BLOEDERIGE TRADITIE OF CULTUREEL ERFGOED?

In Spanje tref je, vaak in de grote steden maar, vooral in het zuiden van het land, ook in de kleinere dorpen, mooie imposante arena’s aan, schitterende bouwwerken die doen denken aan Romeinse tijden, elk met hun eigen bloederige geschiedenis. Deze arena’s trekken jaarlijks tienduizenden toeristen, die zich in deze ‘toeristische attractie’ graag laten informeren over de traditie van het stierenvechten en zich vergapen aan de tot de verbeelding sprekende bouwwerken. Het is veruit het meest omstreden onderwerp als men over Spaanse tradities spreekt, maar of je nu voor- of tegenstander bent, de stierengevechten maken nu eenmaal onderdeel uit van de Spaanse cultuur, en het is aan ieder voor zich om zelf een mening te vormen. De vraag is echter hoelang het stierenvechten, in de huidige vorm, nog blijft bestaan.

“Toro! Toro!” Twee jongens in spijkerbroek en op versleten gympies gaan de confrontatie met elkaar aan. Stierenvechtertje spelen, het ene jongetje buigt naar voren, met zijn handen achter zijn oren, zijn wijsvingers als de horens van de stier uitgestoken. Het andere jongetje is de ‘torero’ en gebruikt zijn jas als ‘capote’. Het is een doodgewoon tafereel in Spanje, eigenlijk net zo gewoon als twee jongens die tegen een voetbal trappen.

De bakermat van het huidige stierenvechten
Reeds in de prehistorie werd de stier gezien als het grootste en gevaarlijkste landdier. Hij staat in veel beschavingen dan ook centraal voor mannelijke kracht, vruchtbaarheid en soms zelfs als God. Door de eeuwen heen konden mannen hun moed bewijzen door in gevecht te gaan met een stier. In de Middeleeuwen was met name het stierengevecht met paard en lans erg populair onder de Spaanse edelen, als voorbereiding op de oorlog. Vanaf 1784, toen in het Zuid Spaanse Ronda een ‘Plaza de Toros’ werd gebouwd, overigens de oudste nog bestaande arena van Spanje, won het stierenvechten flink aan populariteit. Het was in deze stad dat het stierenvechten een nieuw tijdperk in ging, en het is dan ook niet toevallig dat één van de beroemdste toreadores van Spanje, Pedro Romero (1745-1839), in Ronda woonde. Hij wordt beschouwd als de ontwerper van het moderne stierengevecht, en door zijn bemoeienissen zijn tal van regels en rituelen ingevoerd die vandaag de dag nog steeds gehanteerd worden. Over deze matador, die al op 17-jarige leeftijd begon met stierenvechten, wordt gezegd dat hij meer dan 5600 stieren heeft gedood zonder zelf ooit op enige manier gewond te zijn geraakt.

Roem, mooie vrouwen en veel geld
De matadors kregen in de loop der jaren een heldenstatus en genieten in Spanje nog steeds veel aanzien. Veel jongens droomden van een carrière in de arena, dat gepaard gaat met roem, mooie vrouwen en veel geld. Gouden versieringen op de kleding waren in principe slechts weggelegd voor koningen en bisschoppen, maar voor de stierenvechters werd er een uitzondering gemaakt. Daarmee werden de aristocratische rechten bevestigd die ze in de arena hadden verworven.

Alles volgens een eeuwenoud protocol
Een stierengevecht verloopt al honderden jaren volgens een vast streng protocol. Meestal vinden de gevechten aan het eind van de middag of aan het begin van de avond plaats, in verband met de hitte overdag. Het doden van de stier moet, onder het doorlopen van enkele fases, plaatsvinden binnen twintig minuten. De ochtend voor het gevecht worden de streng geselecteerde stieren aan de stierenvechters gekoppeld door middel van loting. Doorgaans vinden er op een avond zes gevechten plaats door drie matadores. De meest ervaren matador betreedt als eerste en als vierde de ring, de op een na meest ervaren als tweede en als vijfde, en de minst ervaren als derde en als zesde. Een stierengevecht staat onder leiding van een president, meestal een lokale politicus. Op zijn teken wordt een stier in de arena losgelaten. Enkele assistenten van de matador, de ‘subalternos’ of ‘peones’, leiden de stier af met hun grote capes, zodat de matador de stier kan bestuderen en zo een goede indruk krijgt van de vechtlust, intelligentie en kracht van de stier, maar ook zijn zwakke plekken kan ontdekken. Soms blijkt een stier niet tot vechten in staat, omdat hij eenvoudigweg veel te zwak is. In dat geval zwaait de president met een groene doek en wordt de stier naar buiten de arena geleid, wat een hele grote schande is voor de eigenaar van de stier. Hierna komen de picadors de arena binnen, die zittend op geblinddoekte en met een zwaar harnas, lijkend op een matras, beschermde paarden, de stier uitdagen het paard aan te vallen. Zodra de stier het paard aanvalt duwt de picador een lans in de nek van de stier en leunt hier met zijn volle gewicht op, met als doel het stoppen van de bloedtoevoer naar de zware nekspier, zodat de stier zijn kop niet meer goed omhoog kan krijgen, wat het voor de matador later makkelijker maakt om de stier te doden.

OVER HEM WORDT GEZEGD DAT HIJ MEER DAN 5600 STIEREN ZOU HEBBEN GEDOOD

Wanneer de stier voldoende verzwakt is, begint de volgende fase, de ‘suerte de banderilla’s’. In deze fase probeert een ‘banderillero’, een van de assistenten van de matador, om twee ‘banderilla’s’ in de nek van de stier te steken. Banderilla’s zijn versierde stokken van ongeveer een armlengte lang, met weerhaken aan het einde. De banderillero moet door lichaamsbeweging en zijn stem de stier tot een aanval bewegen, waarna de banderilla’s in de nekspier van de aanstormende stier worden gestoken. In de meeste gevallen gebeurt dit drie keer. Behalve voor het tonen van de dapperheid van de stierenvechter is het doel van deze fase ervoor te zorgen dat de stier geprikkeld wordt om aan te vallen.

Het doden van de stier
Na de banderilla’s begint de laatste fase, de ‘suerte de matar’. De matador begint met het opdragen van de stier aan iemand in het publiek of aan het voltalig publiek, om vervolgens zijn controle over de stier te laten zien door deze met zijn ‘muleta’, een doek van rode flanel, bepaalde bewegingen te laten maken. Hij kan hiermee de sympathie van het publiek winnen, maar zeer zeker ook verliezen. Indien het publiek ontevreden is zal het stil blijven, de torero uitfluiten, uitjouwen en in extreme gevallen de kussentjes, die het zitten op de harde betonnen banken moeten verzachten, de arena ingooien. Het publiek kan ook de tevredenheid laten blijken door te applaudisseren of door ‘Olé’ te roepen. Na acht minuten geeft een trompetsignaal aan dat het tijd is voor de laatste fase, het doden van de stier, ‘la hora de la verdad’, oftewel ‘Het uur van de waarheid’. De matador gebruikt hiervoor een licht gekromd zwaard, de zogenaamde ‘estoque’, dat hij tussen de schouderbladen door in het hart van de stier moet steken. Doet hij dit goed dan volgt de dood vrijwel onmiddellijk. Vaak raakt het zwaard echter niet het hart maar een ader, of ketst het af op de ribben, zodat het nog enkele minuten kan duren voordat de stier dood is en moet het zwaard opnieuw gebruikt worden. Voor de voorbereiding op de dood, ‘de faena’, uitgevoerd met de rode doek, en de doodsteek tezamen heeft een matador maximaal 10 minuten. Als deze tijd wordt overschreden klinkt een trompetsignaal. Heeft de matador de stier dan nog niet gedood, dan klinkt er na drie minuten een tweede signaal als officiële waarschuwing, de ‘aviso’. Na het derde signaal dienen de matador en zijn assistenten de arena onmiddellijk te verlaten en wordt de stier de arena uitgeleid om in de buitenstallen alsnog gedood te worden door een slager. Het spreekt voor zich dat deze drie waarschuwingen als een enorme smet op het blazoen van een matador gelden.

SOMS VERLAAT EEN STIER LEVEND DE ARENA OM DAN ALS FOKSTIER VERDER TE LEVEN

Beide oren en de staart
Nadat de stier is omgevallen geeft het publiek een oordeel over de prestatie van de torero. Indien ze het een goed gevecht vonden en de stier op correcte wijze gedood is, zal het publiek wuiven met witte zakdoekjes of andere spullen, waarna de president beslist over de beloning van de torero. Dit kan een of beide oren van de stier zijn of, in een extreem geval, de staart van de stier. Heeft de torero twee oren verdiend, dan mag hij, als ultieme blijk van waardering, op de schouders de arena uitgedragen worden. Als het publiek vindt dat de stier dapper is geweest, kan het de president vragen een blauwe doek te tonen. Het lichaam van de stier maakt dan een ereronde door de arena, wat voor de eigenaar van de stier een enorme eer is. In zeldzame gevallen kan het voorkomen dat een stier levend de arena verlaat, om vanaf dat moment als fokstier gebruikt te worden en zijn dagen te slijten op streng geselecteerde weilanden. In geen geval zal de stier opnieuw bevochten worden, omdat dit te gevaarlijk is vanwege de ervaring die de stier heeft opgedaan. Het publiek kan de president vragen het leven van een stier te sparen als deze extreem dapper is geweest, of de matador, volgens hen, laf of erg slecht vecht. Indien de president dit goedkeurt zal hij met een oranje doek zwaaien. Dit gebeurt echter hooguit tien keer in een seizoen, dat loopt van maart tot en met oktober.

Een heuse delicatesse
Het vlees van de gedode stier was vroeger, door de taaiheid als gevolg van stress, erg goedkoop, en werd dan ook vooral verkocht aan slagerijen rondom de arena of aan de hotels aan de kust, zodat de grootste tegenstanders zonder het te weten hun tanden konden zetten in een taaie Spaanse biefstuk. Tegenwoordig wordt er echter grof geld betaald voor het vlees van een vechtstier, en wordt het beschouwd als een heuse delicatesse. Waarschijnlijk komt dit ook omdat er eenvoudigweg steeds minder stierengevechten zijn, en het vlees derhalve schaars is, wat de prijs nu eenmaal opdrijft.

Spoedige afschaffing
Voor- en tegenstanders zijn het over één ding in ieder geval unaniem eens; dat het stierenvechten in de huidige vorm spoedig afgeschaft gaat worden. Waarschijnlijk zal men dan over gaan op de Portugese variant, waarbij de stier buiten de arena gedood wordt, of de Franse variant, waarbij de stier blijft leven en niet gewond raakt. Blijft de vraag of stierenvechten een bloederige traditie, of Spaans cultureel erfgoed is. Wie het weet mag het zeggen.