GITANOS: HET DRAMA VAN DE ROMA-ZIGEUNERS

GITANOS: HET DRAMA VAN DE ROMA-ZIGEUNERS

In 1492 viel Granada als laatste stad in handen van de christenen en waren de Arabieren officieel uit Spanje verdreven. Uiteraard woonden en leefden nog veel Arabieren in Spanje, naast veel Joden en zigeuners. De zigeuners waren ongeveer vanaf het jaar 1000, maar wellicht zelfs nog 500 jaar eerder, vanuit Oost-Europa naar het zuiden van Spanje getrokken. Rond die tijd wilde de Spaanse overheid echter dat het land officieel helemaal christelijk werd. Alle ‘niet gewenste elementen’, zoals moslims, Joden én zigeuners, moesten zich óf bekeren tot het christendom of werden gedood. De tot het christendom bekeerde zigeuners mochten echter niet langer rondtrekken en het ‘Calé’, de zigeunertaal, werd verboden. Het was de zigeuners ook niet toegestaan om in steden te gaan wonen. Dit was het begin van een vervolging van zigeuners in Spanje die meer dan driehonderd jaar zou duren.

In Spanje had de jacht op de ongewenste vreemdelingen, zeg maar gerust iedereen die niet katholiek was of katholiek wilde worden, tot gevolg dat een deel van deze mensen de bergen rondom Granada in vluchtte. Dat was een samenraapsel van zigeuners, Joden en Arabieren. In die tijd ontstond ook het woord ‘payo’ (boer) waarmee zigeuners de mensen aanduiden die geen zigeuner waren, doch in ieder geval niet tot de gevluchte groep behoorden. De enige andere mensen die ze decennia lang zagen en die behoorden tot ‘de andere groep’ waren immers de Spaanse boeren die hun land bewerkten in deze gebieden.

Concentratiekampen
Iedereen die niet kon of wilde vluchtten werd gevangen genomen. Bij de gevangenen werden de mannen direct van de vrouwen gescheiden en, als ze niet meteen werden gedood, in aparte kampen geïnterneerd, welke sterk deden denken aan de latere Duitse concentratiekampen uit de Tweede wereldoorlog. Door de gevangen zigeuners ter dood te brengen, dan wel de mannen en vrouwen van elkaar te scheiden, probeerden de Spanjaarden een volk op een eenvoudige manier compleet uit te roeien. Immers, als je mensen dood of de vrouwen van de mannen scheidt, is de groep na enkele tientallen jaren vanzelf uitgestorven. Maar wie waren die ‘Gitano’s’, waar kwamen ze eigenlijk vandaan, en waarom noemen ze zichzelf liever geen ‘zigeuner’ maar Roma?

EIGENLIJK ZIJN ZIGEUNERS MEER EUROPEAAN DAN DE MEESTE HUIDIGE EUROPEANEN

Gevaarlijke personen
De naam Roma houdt verband met de term Ḍombā, uit het Sanskriet. Zo werd de groep reizende musici en dansers uit een lage kaste in Kashmir genoemd. Het is meervoud voor Rom, en dat betekent man in de taal van de Roma. Het heeft dus niets met Roemenië te maken, wat vaak gedacht wordt. Het woord zigeuner heeft een negatieve bijklank en wordt door Roma als buitengewoon discriminerend ervaren. Dit daar het woord ‘zigeuner’ afkomstig is van het Hongaarse ‘cigány’, wat weer afgeleid is van ‘atsinganoi’ of ‘athiganoi’, Georgisch voor ‘gevaarlijk persoon’. Interessant is de herkomst van de Engelse naam ‘gypsy’ en de Spaanse naam ‘gitano’, die beide van ‘Egyptisch’ zijn afgeleid. Veel Roma verklaarden namelijk bij de eerste contacten met de oorspronkelijke Europeanen dat zij uit ‘Cleyn-Egypten’ kwamen, een streek in het huidige Griekenland, maar destijds deel uitmakend van het Ottomaanse rijk, het oude Turkije.

Waar komen Roma oorspronkelijk vandaan?
Hoewel de schriftelijk overgeleverde kennis inmiddels is aangevuld met kennis uit taalkundig en genetisch onderzoek, staan de feiten nog steeds niet helemaal vast. Wel is men het erover eens dat het oervolk van de Roma leefde in Noordwest-India, bij de grens met het huidige Pakistan. Voorheen gingen historici ervan uit dat het zwervende bestaan van de Roma onvrijwillig werd ingezet door aanvallen van de Afghaanse heerser Mahmoud van Ghazna rond het jaar 1000. Hij drong vaak Noord-India binnen en nam dan jongens en mannen als slaven mee en jonge meisjes als dienaressen. Van Ghazna komt dan ook het woord ‘gaucho’, een vreemdeling voor wie je moet opletten. Recent genetisch onderzoek toont echter aan dat de migratie van de Roma richting Europa al vijf eeuwen eerder, dus rond het jaar 500, moet zijn begonnen. Toen deze slavenvolken hun vrijheid verwierven hadden ze geen territorium waar ze zich konden vestigen en trokken ze naar het westen. Het waren vaak kundige vaklieden, stammend uit de laagste kasten, de ‘onaanraakbaren’, met specialisaties zoals metaalbewerking of paardentemmerij. Het is bekend dat zij zeker niet onbemiddeld waren. In Europa aangekomen vestigden de Roma zich eerst in de Balkan, waarna zij zich langzaam verder over Europa verspreidden. Het is dus eigenlijk een feit dat zigeuners, als zij werkelijk reeds in de vijfde eeuw in Europa leefden, zij meer Europeaan zijn dan de meeste huidige Europeanen.

Beschouwd als heidenen
Hun gemeenschappelijke taal, het Romani maar in Spanje Caló of Calé genoemd, is verwant aan het Sanskriet en het Hindi. De aanwezigheid van veel Griekse elementen in de Romataal is te verklaren uit het feit dat de Roma later enkele eeuwen in het Byzantijnse Rijk verbleven, waar Grieks de overheersende taal was. Rond 1400 begon de stigmatisering van deze groepen, die door de Kerk en overheid als heidenen werden beschouwd. Recent onderzoek heeft aangetoond dat na deze periode hun welvaart dan ook enorm afnam. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de neerwaartse spiraal van armoede waarin dit volk terecht is gekomen. Tijdens het Romacongres van 1971 in Londen bepaalde de zigeuners dat zij voortaan Roma zouden heten. Benamingen als zigeuner, gipsy en gitano kwamen hiermee te vervallen, hoewel veel zigeuners in Spanje zich steeds vaker weer ‘Gitano’ noemen.

DE MEISJES WORDEN VEELAL OP ERG JONGE LEEFTIJD AL UITGEHUWELIJKT

Verplichte solidariteit
Het bieden van volksvermaak was voor Roma altijd een acceptabele manier om aan de kost te komen. Denk hierbij aan de waarzegster met kristallen bol en het hand- en kaartlezen. Of de zigeuner als virtuoos en bevlogen muzikant, viool of gitaar spelend in een zigeunerorkest. Bij de Roma speelt het gezin een grote rol. De oudere generatie geniet respect en heeft autoriteit. De gemeenschap is gebaseerd op een verplichte solidariteit. Roma hechten traditioneel weinig waarde aan onderwijs. Hun taal, het Romani, is een spreektaal zonder schriftelijke traditie. Lezen en schrijven worden daarom niet belangrijk geacht. Nog altijd is de scholingsgraad onder de Roma erg laag en het analfabetisme extreem hoog. Er zijn veel tradities en rituelen rondom geboorte, huwelijk en overlijden. Meisjes worden veelal op jonge leeftijd uitgehuwelijkt, waar normaal gesproken een bruidsschat tegenover staat. Seks voor het huwelijk is streng verboden en trouwen buiten de eigen gemeenschap wordt ontmoedigd. Hoewel tegenwoordig ook in Spanje steeds meer Roma een relatie met een ‘Gadjo’ (niet-Roma) aangaan.

Zigeunerjachten in Duitsland
Vanaf het eind van de 16de eeuw verslechterde de situatie voor de Roma in Europa. In het voormoderne Roemenië werden Roma vanaf de late Middeleeuwen door de adel en kerk als slaven gehouden. Elders werden ze verdreven en vaak vogelvrij verklaard. In verschillende delen van Duitsland werden, soms met de hulp van het leger, ‘zigeunerjachten’ georganiseerd waarbij hun dood het enige doel was. De nazi’s en hun handlangers vermoordden gedurende de Tweede Wereldoorlog naar schatting 400.000 Roma in de Porajmos, parallel aan de Holocaust. De nazi’s zagen de Roma als asociaal en crimineel en beschouwden hen niet als een Europees volk. Tijdens ‘Aktion Reinhard’ werd er begonnen met de grootschalige vernietiging van het Romavolk.

HET BEKENDSTE SLACHTOFFER VAN DE DUITSE VERVOLGING WAS EEN ROMAMEISJE

Het meisje met de hoofddoek
Het bekendste slachtoffer van de vervolging door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog is, na uiteraard Anna Frank, het Roma-meisje ‘Settela Steinbach’ die uit Nederland kwam. Tijdens een van de vele deportaties werd zij in de trein op weg naar Auschwitz gefilmd: een meisje met een hoofddoek, dat tussen de deuren van een vertrekkende goederenwagon een beetje dromerig naar een spelend hondje kijkt. Dit beeld was in documentaires lange tijd een icoon van de deportaties van de Joden uit Nederland. Het was echter pas in 1994 dat men achter haar werkelijke identiteit kwam en het feit dat zij, ondanks haar Joods aandoende achternaam, helemaal geen Joods meisje bleek te zijn, maar een Roma was.

Settela Steinbach
Anna Maria (Settela) Steinbach werd geboren in Buchten bij Born, Zuid-Limburg, als dochter van de handelaar en violist Heinrich (Moeselman) Steinbach en Emilia (Toetela) Steinbach. Op 16 mei 1944 werd door heel Nederland een razzia tegen Roma gehouden. Settela werd in Eindhoven opgepakt. Diezelfde dag arriveerde ze met nog 577 anderen in kamp Westerbork, van wie er al snel ruim 300 weer mochten vertrekken omdat ze weliswaar woonwagenbewoners waren, maar geen Roma. In Westerbork werd Settela preventief kaalgeschoren tegen hoofdluis. Omdat ze zich schaamde voor haar kale hoofd scheurde haar moeder een stuk van een laken af dat ze om haar hoofd kon doen.

Op 19 mei werd ze met 244 andere Sinti per trein naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Toen de deuren van de goederenwagon waarin ze zou worden vervoerd werden gesloten, keek ze nog even naar buiten, naar een hond die daar liep. Dit beeld werd vastgelegd door Rudolf Breslauer, een Joodse gevangene in Westerbork, die in opdracht van de kampcommandant Gemmeker de Westerborkfilm over het kamp maakte. Haar moeder zei: “Settela ga bij die deur weg, straks komt je kop er nog tussen.” Zo hoorde Crasa Wagner, die zich achter haar in de wagon bevond, dat ze Settela heette.

Op 21 mei arriveerden de Nederlandse Sinti, onder wie Settela, in Auschwitz-Birkenau. Ze werden geregistreerd en naar de afdeling voor Roma gebracht. Toen in de zomer van 1944 een half miljoen Joden uit Hongarije naar Auschwitz-Birkenau werden gedeporteerd, ontstond in het kamp ruimtegebrek. Onder de Roma brak een opstand uit, die echter was verraden en door de nazi’s snel de kop werd ingedrukt. Roma die nog geschikt werden geacht om te werken werden naar munitiefabrieken in Duitsland overgebracht. In de periode van eind juli tot 3 augustus werden de resterende drieduizend vergast, waaronder 213 Nederlandse Sinti. Settela en haar moeder, twee broertjes, twee zusjes, haar tante, twee neefjes en een nichtje behoorden ook tot deze groep, zodat de datum van haar overlijden niet met zekerheid is vast te stellen. Van de familie overleefde alleen de vader van Settela de Tweede Wereldoorlog. Hij is in 1946 van verdriet gestorven en in Maastricht begraven.

Terugkeer in de maatschappij
In Spanje duurde de vervolging tot de 18e eeuw, toen er wetten in het leven werden geroepen die ervoor moesten zorgen dat de gevangenen en de vluchtelingen konden terugkeren in de maatschappij. Ze zouden dan een paspoort krijgen waarmee ze de stadspoort konden passeren. Tot ze een paspoort hadden was hun aanwezigheid in steden verboden. Voor het krijgen van een paspoort moesten zigeuners wel aan enkele voorwaarden voldoen. Zo moesten ze dienst doen in het Spaanse leger, in huizen gaan wonen, de eigen wetten verwerpen en de Spaanse wetten respecteren, belasting betalen, uitsluitend Spaans spreken en zich bekeren tot het christendom. Een groot deel voldeed aan dat verzoek waardoor ze weer onderdeel werden van de Spaanse maatschappij.

Flamenco komt uit Spanje
De zigeuners, Joden en Arabieren hebben gedurende ruim 300 jaar in goede harmonie in de bergen rondom Granada geleefd. In die drie eeuwen ontstond, in deze unieke smeltkroes van bijeen gekropen culturen, een eigen muziekstijl die later zou uitgroeien tot de huidige flamenco. Wie goed luistert naar klassieke flamencomuziek hoort nog steeds de Arabische, joodse, zigeuner en Andalusische invloeden. Toen de vluchtelingen halverwege de 18e eeuw terug mochten keren in de maatschappij, namen ze vanuit hun schuilplaatsen in de bergen hun flamencomuziek mee, die vervolgens in de daaropvolgende eeuwen volop tot bloei kwam. Sommige mensen zijn van mening dat Flamenco oorspronkelijk uit India komt, maar deze stelling berust op een misverstand. De voorouders van zigeuners komen voor een groot deel weliswaar uit India, maar er zijn ook groepen waarvan de voorouders India waarschijnlijk nog nooit hebben gezien. Ook is de muziek pas ontstaan toen de zigeuners reeds in Spanje waren. Het is wel een feit dat de smeltkroes van culturen in Andalucía, waaruit Flamenco ontstond, niet zonder de grote zigeunerinvloed had kunnen ontstaan. Zonder zigeuners geen flamenco, maar ook zonder Joden, Arabieren en Andalusische folkloristische invloeden zou er geen flamenco geweest zijn. Dus de stelling ‘Flamenco komt uit Spanje, en in het bijzonder Andalucía’ is eigenlijk de enige juiste.


Tekst: Cristina Danneels
Foto’s: Adobe