DWALEN DOOR… CADAQUÉS

DWALEN DOOR… CADAQUÉS

Net over de grens van Frankrijk, aan de kust van de Middellandse Zee, begint de Spaanse Costa Brava. Behalve een woeste kust en zonnige stranden is er meer moois te vinden. Wat te denken van de prachtige kustplaats Cadaqués? Het kleine, in een baai gelegen dorp is ontstaan uit een gemeenschap van vissers. Tot het eind van de 19e eeuw was Cadaqués alleen via zee te bereiken en bleef het een geïsoleerd en afgelegen dorp, dat vooral afhankelijk was van de visserij en de wijnbouw.

Door zeelieden gevreesde kaap
Cadaqués ligt aan de Costa Brava in het noord-oosten van Spanje, net over de grens met Frankrijk, ten zuiden van Cap Creus. Deze door de zeelieden zo gevreesde kaap, omdat menig schip hier bijna gegarandeerd op de klippen liep, is nu al geruime tijd een beschermd natuurgebied. Het vormt op zich een verrassende streek waar getijden, winden en microklimaten continu met elkaar in botsing komen. Dit unieke natuurverschijnsel heeft er dan ook voor gezorgd dat je hier overal vreemde vormen van door de natuur gebeeldhouwde rotsen tegen kunt komen. Buiten dit alles is Cadaqués met name bekend als ‘kunstenaars dorp’ en oude ‘hippie kolonie’. Hoewel de roerige jaren al weer een tijdje geleden zijn, heerst de bijzondere sfeer van weleer nog steeds in de smalle straatjes en gezellige kroegjes en eettentjes die her en der in dit mooie dorpje te vinden zijn.

Het dorp van Dalí en Picasso
In het begin van de 20e eeuw werd het rustige en schilderachtige dorpje ‘ontdekt’ door in die tijd opkomende kunstenaars, zoals de Spaanse dichter Federico García Lorca en de schilders Pablo Picasso en Juan Miró. Echter, ook de Franse kunstenaars Henri Matisse, André Derain en Marcel Duchamps, de Duitser Max Ernst en de Amerikaan Man Ray verbleven er geruime tijd. Later vestigde de bekende Spaanse schilder met de kenmerkende snor, Salvador Dalí, zich in Port Lligat, een gehucht net buiten Cadaqués. Dalí kocht er samen met zijn Russische levensgezellin Gala een vissershut die betaald werd met de verkoop van een van z’n schilderijen. Het verblijf zou uiteindelijk uitgroeien tot een groep van aaneengeschakelde huisjes met een wirwar van smalle doorgangen en vreemd gevormde kamers, waar Dalí en zijn vrouw vijftig jaar gelukkig samenleefden. Gala stond model voor veel van zijn werken en vormde tot aan haar dood in 1982 zijn grote inspiratiebron. Het huis, dat na het overlijden van Dalí in 1989 werd ingericht als museum, staat vol met spullen uit de persoonlijke collectie van het echtpaar, en is een interessant kijkje in het “leven” van één van ’s werelds meest excentrieke kunstenaars. Vooral Picasso en Dalí waren bijzonder gecharmeerd door de mooie lichtval en de verkoelende zeebries in het dorp, waardoor Cadaqués op menig schilderij vereeuwigd werd.

BONO, TINA TURNER, MICK JAGGER MAAR OOK HERMAN BROOD HEBBEN HIER MENIG NACHT DOORGEBRACHT

l´Hostal Cadaqués
Wat door liefhebbers van popmuziek zeker niet mag worden overgeslagen, is het roemruchte l´Hostal Cadaqués. Het, in die tijd, beroemde hostal, waar Bono, Tina Turner en Mick Jagger kind aan huis waren, maar waar ook de Nederlandse rocker Herman Brood menig nacht heeft doorgebracht. Eind jaren zestig trokken de kunstenaars muzikanten aan, en in het kielzog van de muzikanten kwamen de hippies naar Cadaqués. Dit, in combinatie met het alles overheersende kunstzinnige, zorgde voor een typische sfeer die vandaag de dag nog steeds een beetje in het dorpje is blijven hangen. De illustere bewoners zijn er wel direct de oorzaak van dat het dorp steeds interessanter werd voor toeristen. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw ontstond er een gestage, maar zekere toeristenstroom van in het begin voornamelijk kunstliefhebbers. De meeste bezoekers komen vandaag de dag meer voor de jugendstilhuizen rond de baai en in de historische wijk met name musea en galeries bezoeken. Het gros van de bezoekers zullen echter amper weten dat hier enkele van ’s wereld beroemdste kunstenaars en muzikanten een tijd hebben gewoond en gewerkt.

HET IS PUUR GENIETEN OP DE GEZELLIGE TERRASJES WAAR VOORAL VERS GEVANGEN VIS GESERVEERD WORDT

De oude charme is bewaard gebleven
De geïsoleerde ligging heeft er wel voor gezorgd dat Cadaqués, anders dan bijvoorbeeld de voormalige vissersdopjes Blanes, Estartit en Playa de Aro, niet ontploft is, omdat er eenvoudigweg geen ruimte is om uit te dijen. Cadaqués heeft tegenwoordig iets meer dan tweeduizend inwoners, maar dit aantal wordt in het vakantieseizoen vele malen verdubbeld door de toeristen. De witte huisjes en de smalle, met zwarte leisteen bestrate steegjes, zorgen ervoor dat nog veel van de oude charme van het oude vissersdorp bewaard is gebleven. Cadaqués is echter met name een dorp voor voetgangers, voor auto’s is er nauwelijks plaats en veel straten in het centrum zijn dan ook voor autoverkeer niet toegankelijk. Parkeren gebeurt dan ook bij voorkeur aan de rand van het dorp. Langs de kleine kiezelstranden van de beschutte baai kun je wandelen naar één van de diverse musea, of naar de op een heuvel gebouwde, boven het dorp uitstekende parochiekerk. De kerk Santa María is na een stevige klim de moeite waard voor een bezoek. Het heeft een mooi barok altaar en een prachtig uitzicht op de stad en over de baai.

Het is en blijft puur genieten op één van de vele gezellige terrasjes en in de restaurants, waar vooral vers gevangen vis geserveerd wordt. Vanaf een terras aan de baai is het prettig wegdromen, terwijl je kijkt naar het diepblauwe water en de vele zachtjes dobberende vissersbootjes die in de baai voor anker liggen. Denkend aan vervlogen tijden, toen het in straten vooral rook naar verf en terpentine, terwijl muzikanten aan alweer een andere song werkten en hippies zich naakt lieten opdrogen op de rotsen die de baai omringen. Cadaqués, niet voor niets door velen gezien als ‘De parel aan de Costa Brava’.