CLOSE UP: PHILIPPE GEUBELS

CLOSE UP: PHILIPPE GEUBELS

In de Goudse schouwburg in, jawel, Gouda, hangen affiches met daarop de helft van zijn typerende hoofd. Kaal, zwarte bril, gelukzalige glimlach. Nu meer dan tien jaar geleden stond Philippe Geubels voor het eerst op het comedypodium. Snel daarna was er geen houden meer aan. Op een stormachtige doorbraak in Vlaanderen volgde al snel zijn debuut in de Nederlandse theaters met ‘Made in Belgium’. Een even stormachtige doorbraak was het gevolg en eindigde met uitverkochte shows in Carré. Hij bracht met veel succes de show ‘Bedankt voor Alles’, in zowel Nederland en België, waarin de ‘wereldberoemde’ Vlaming zijn onvermoede kunsten vertoont. Ook was hij twee jaar achter elkaar één van de vier ‘Gabbers’. Meer dan genoeg stof voor een leuk interview in ‘Close Up’ met deze kale Belg.

Als ik voor de zoveelste keer zijn poster sta te bekijken, wordt ik aangesproken door een vriendelijke man met duidelijk Vlaamse tongval. Hij stelt zich voor als de manager van Philippe Geubels. De manager is alles wat Philippe niet is. Groot, breed, joviaal, met een nogal stevige handdruk. Hij neemt grote stappen terwijl hij richting de interviewruimte stevent. Ik moet moeite doen om de beste man bij te houden op mijn stiletto’s. Als we in de interviewruimte zijn, wijst hij mij een stoel. “Wil je water of koffie?” vraagt de vriendelijke reus. Ik heb wel zin in een lekker bakje koffie maar heb na de eerste slok meteen spijt dat ik niet voor het veilige water ben gegaan. Deze koffie gaat de kwalificatie ‘ronduit smerig’ ver voorbij. Ik zoek een plant waar ik mijn koffie in kan dumpen, maar zie er zo snel geen. In drie slokken giet ik het brouwsel, dat niet eens qua kleur op koffie lijkt, mijn keel in, een zekere aanval van maagzuur met frisse tegenzin incalculerend. Ik had op een fijnere start gehoopt van mijn ontmoeting met Philippe Geubels.

Made in Belgium
Hij is met voorsprong de populairste Belgische grappenmaker in de Lage Landen met een status zoals alleen Urbanus die in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw genoot. Zijn gortdroge observaties zijn de sleutel tot zijn succes en dat weet hij als geen ander. Philippe acteert geen gesublimeerde droogkloot, hij is een gesublimeerde droogkloot, tot in elke vezel van zijn lichaam. Geubels is made in Belgium. Hij werd gemaakt als supermarktmedewerker met nasale stem, slechte ogen, een geweldig gevoel voor timing en vol kwinkslagen. De cabaretier geeft eerst een ander interview. Aan een meisje met hetzelfde accent. Er klinkt gelach. Ik hoor hem zeggen; “Journalisten stellen altijd domme vragen”. Ik neem me dan ook meteen voor om maar wat slimmere vragen te stellen. Na het interview met zijn landgenote geeft Philippe mij een hand. Die is slap en wit, erg wit. De wallen onder zijn ogen zijn duidelijk zichtbaar achter zijn bril. Met zijn nasale en monotone stem heet hij mij welkom, terwijl zijn gezichtsuitdrukking is zoals deze altijd schijnt te zijn: pendelend tussen opperste verbazing en diepe berusting. “Ben jij van Viva?” vraagt hij. Ik leg hem snel uit dat wij niets met het Nederlands tijdschrift te maken hebben, maar dat wij een Nederlandstalig magazine in Spanje zijn. “Dat wist ik al”, zegt hij een beetje lachend, “dat stond immers ook al in je e-mail”. Dat gaat lekker. Ik besluit om de controle snel terug te pakken, vraag aan zijn manager toch maar om een glaasje water om de vieze nasmaak van de koffie weg te spoelen, en stel mijn eerste vraag, waar hij behoorlijk om moet lachen. “Welke vraag heb je altijd al willen krijgen?”. Hij weet het niet en er valt even een stilte. Fijn, ik kan meteen de rest van mijn ‘slimme’ vragen overboord gooien, want vraag twee zou namelijk aansluiten op vraag één. Dan maar improviseren. Ik krijg het glaasje water van de manager, neem even een slokje om wat tijd te winnen zodat ik een andere vraag kan denken.

Waar denk je aan bij Spanje?
“Je begint makkelijk, hahaha. Bij Spanje denk ik aan zon, mooie stranden en vakantie. Vooral vakantie. Ik heb de laatste jaren heel veel gedaan, en dat merk ik nu wel. Ik ben ook moe, dat komt omdat ik veel meer heb gedaan dan vooraf was gepland. Het ligt niet aan de toeschouwers hoor, die staan niet op het podium”. De vermoeidheid straalt inderdaad van hem af. Volgende week gaat hij weg. Hij gaat kort op vakantie, naar een plek waar niemand hem kent. Philippe ziet heel erg op tegen de vlucht. Maar hij wil wel graag op vakantie.

MET JOU ZOU IK BEST EEN KEERTJE SAMEN WILLEN WONEN

Je treedt nu een aantal jaren op in Nederland. Was dat, als Vlaming, niet heel erg wennen?
“Het parkeren in Nederland, daar zal ik echt nooit aan wennen. Wat is het probleem met parkeren hier? Je moet er rijk voor zijn om in Nederland je auto te kunnen parkeren. Je parkeert op straat en moet tot ’s nachts betalen? Of een dagkaart kopen? Als je hier vreemd bent, weet je dat niet. Waarom kost dat zo enorm veel geld hier? De ontvangst bij de Nederlandse theaters is ook lang niet zo gemoedelijk als bij ons in België. Je krijgt hier geen warm eten, vaak zelfs helemaal geen eten. In veel theaters is alleen koffie en water gratis voor de artiest die binnen een dag zijn voorstelling uitverkocht. Dat mag dan toch best beloond worden? In België krijg je in de meeste theaters een warme maaltijd en een koud pintje. Er zijn natuurlijk een paar uitzonderingen, maar over het algemeen vind ik de theaters in Nederland meer bedrijven dan cultuurinstellingen. Dat klopt voor mijn gevoel niet helemaal.”

Je zou toch denken dat je inmiddels wel gewend moet zijn aan de ‘Hollanders’
“In het begin was het erg wennen. Maar er zit een voordeel aan de mondigheid van Hollanders, je krijgt meer respons als artiest. Ik vind het ook altijd leuk als er iets gebeurt, als er mensen te laat binnen komen bijvoorbeeld. Dat vindt ik tof. Maar één verstoring is genoeg. Er hoeft niet constant een telefoon af te gaan of als mensen op de voorste rijen continue met dat ding bezig zijn. En dat je dan die lichtjes ziet. Dat is ook vervelend.”

IK VIND DE THEATERS IN NEDERLAND MEER BEDRIJVEN DAN CULTURELE INSTELLINGEN

Een tijdje terug was er controverse over je Joden-grappen. Hoe ging je daar zelf mee om?
“Ik zoek het niet op, ik ga niet bewust grappen over minderheden maken. Maar ik vind wel dat de balans tussen humor en grofheid er moet zijn. Maar ik wil niet grof zijn om grof te zijn. Als het leuk is, en het kwetst niemand, dan maak ik de grap.” Even is hij stil en ik zie hem nadenken. “Maar een geweldige, grove grap is moeilijk om niet te vertellen.” En ja hoor, daar is die bekende schaterlach.

Ben je getrouwd, of toch gescheiden zoals de roddelbladen ons willen doen geloven?
“Zou je het erg vinden als ik getrouwd was?” Zijn ogen glimmen, hij lacht. “Weet je, als ik jou zo zie, zou ik best wel eens een keer met jou willen samenwonen.” Hij kijkt me hierbij aan met zijn meest trouwe hondenogenblik, waardoor ik bijna verlegen word. Bijna. Ik laat me niet kennen en ga door alsof ik niets gehoord heb.

HET VALT NIET MEE OM EEN GOEDE GRAP OVER APPELMOES TE MAKEN

Is er iemand waar jij tegenop kijkt?
“Nee, ik kijk niet echt tegen iemand op. Ik bewonder Hans Teeuwen en Theo Maassen, daar kijk ik echt met admiratie en jaloezie naar. Soms zie ik ze een grap maken en dan denkt ik ‘godverdomme, die had ik willen maken.’ Als ik dan toch een held moet kiezen, dan is het Superman. Die vind ik tof. Voor ie in een rolstoel zat dan.” “Christopher Reeve is dood”, zegt zijn manager. “Oh ja?” komt er verbaast uit. “Weet je Cristina, ik heb net als Superman een vermomming. Ik ben niet echt kaal.” Philippe laat mij een foto zien op zijn telefoon. Hij heeft daarop haar, een baard en een snor. “Dit uiterlijk kan ik binnen een paar weken hebben, dan herkent niemand mij. Ja, tot ik ga praten, dan is het ‘Hé, jij klinkt net als Philippe Geubels’, hahaha.”

Je gaat het onderwerp seks nooit uit de weg. Heb je veel vrouwelijk aandacht?
“Soms komt er een knappe griet naar me toe. Zomaar. Dan wil ik wel een praatje met haar maken. Maar het enige wat ze dan zegt, is ‘Oh, dus je praat echt zo’. En weg is ze dan. Op straat krijg ik het ook vaak te horen: ‘amai, in het echt zijt ge kleiner’ of ‘u praat echt zo’.” Grijnzend: “Alleen maar complimenten dus. En dan willen ze ook nog altijd met mij op de foto. Nee, je kunt als je bekend bent maar beter lang zijn. Ik zie mezelf ook niet echt als een ‘macho’ of ‘held’ of ‘sekssymbool’. Je ziet vaak in films dat bange blanke mannen ineens in helden veranderen en dan ook nog de knapste vrouwen krijgen. Zomaar, de meest lelijke vent krijgt in de film alle vrouwen, gewoon, omdat hij dan de held is. De stoere, de macho. Moet wel mooi zijn, om ‘held’ te mogen zijn. Bij mij is dat juist omgekeerd. Ik ben meer de antiheld, hahaha. Ik weet ook nooit hoe snel ik het op een lopen moet zetten, hahaha. Maar wat was je vraag ook alweer?”

STIEKEM JE PIEMEL WASSEN IN DE BADKAMER ALS JE VOELT DAT ER SEKS IN DE LUCHT HANGT

De bedoeling was eigenlijk om het over je show te hebben. Dus, waar gaat je show over?
“Ik omschrijf het als een ‘feel-good-show.’ Het gaat over vriendelijkheid en dankbaarheid. Dankbaar zijn met hetgeen dat je hebt. En dat vriendelijke mensen de wereld leuker maken. Eventjes uw hand opsteken als iemand u op het zebrapad laat oversteken. Dat moet wettelijk, maar het is toch leuk als je wordt bedankt. De show gaat trouwens ook over het gevoel dat je als automobilist krijgt als iemand dat niét doet.” Philippe Geubels maakt cabaret dat tot het moeilijkste in het genre behoort: de kunst van de observatie van het alledaagse, van het doodgewone, dat hij met een tergende droogheid gadeslaat en theatraal uitvergroot. “Mensen houden er van omdat het over herkenbare situaties gaat. Over doodnormale dingen die niet worden benoemd. Bijvoorbeeld stiekem uw piemel wassen in de badkamer als je voelt dat er seks in de lucht hangt. Ik hoor aan de lach in de zaal dat veel mensen dat óók doen. Maar het kan ook gerust gaan over de ruzie met je vrouw over de vaatwasser, of de tube tandpasta. Ik spreek nooit over wereldproblemen. Geen politiek, geen crisis. Ik weet er te weinig van, voel niet de behoefte er iets over te melden. Bombardementen op Aleppo, verschrikkelijk, maar wat moet ik er over zeggen? Een grap is al helemaal misplaatst. Het mooiste compliment dat ik na afloop krijg is dat mensen anderhalf uur niet aan hun zorgen hebben gedacht. Belgische theatercritici worstelen nogal eens met mijn theatervorm. Sommige van hen vinden het te gemakkelijk. Te veel huis-tuin-en-keukenhumor. Maar ik verzeker u: het valt niet mee een goede grap over appelmoes te maken.”

Ik las dat jouw vrouw een kattenhotel heeft. Maar dat is een grap zeker?
“Nee, dat is echt waar, mijn vrouw heeft een kattenhotel. Dat is zoals een gewoon hotel, maar dan voor katten. Je betaalt per nacht. Op de eerste verdieping zijn standaardkamers met een gezamenlijke speelkamer. De luxe kamers bevinden zich op de tweede verdieping. Dat zijn grote kotten met een heel grote krabpaal. En een zetel waarin de poes kan liggen. Het is iets van mijn vrouw, mij interesseert het niet. Ik kom zelf wel graag in hotels, maar katten, ik vind er niks aan. Mijn vrouw bemoeit zich niet met mijn werk, ik niet met het hare. Ik denk wel dat ze het leuk vindt. Maar als ik thuiskom na een optreden, val ik haar niet lastig met verhalen. Dat deed ik ook nooit toen ik nog in de supermarkt werkte.”

Privé is alles dus tip top in orde?
“Het intrigeert je hè? Maar vooruit, ik zal een tipje van de sluier oplichten. Ik heb een dochtertje, Hanna, daar ben ik echt verliefd op, vanaf de allereerste seconde. Ik ben sindsdien empathischer en kwetsbaarder geworden. En heel moe, hahaha. Ik doe voor de rest niets bijzonders. Ik woon gewoon in een rijtjeshuis in Boechout. Ken je dat, Boechout? Neen? Goh. En ja, ik ben nog steeds samen met mijn vrouw, dus wij gaan voorlopig niet samenwonen Cristina, maar zeg nooit nooit, hahaha. Weet je, ik bedenk me ineens dat ik onlangs bedacht om de uitvinder van de winterbarbecue aan te gaan pakken. Ja echt, sta je daar in de kou vlees te eten. Je gaat toch ook niet skiën in de zomer? Dat doe je toch niet? En weet je Cristina, voor de rest is het leven ook maar saai en veel meer zal het niet worden. En zeker niet zoals in de film. Ik benader de sleur gewoon positief. Als je je daar bij kunt neerleggen, ben je de gelukkigste mens in de wereld.”


Interview: Cristina Danneels
Fotografie: Pretpraters – Philippe Geubels