CLAUDIA SCHOEMACHER: BLIJ DAT IK TERUG KON NAAR MIJN MOOIE MOKUM

CLAUDIA SCHOEMACHER: BLIJ DAT IK TERUG KON NAAR MIJN MOOIE MOKUM

Het is een koude winterdag in januari 2017, als ik Claudia spreek, die tot 2016 resideerde in het Zuid Spaanse Estepona, maar eind 2016 haar hele hebben en houden heeft opgepakt om, na een verblijf van bijna twee jaar, de Spaanse zon achter zich te laten en terug te keren naar het iets minder zonnige Nederland. Juli 2015 sprak ik haar ook, toen ze ineens landelijk nieuws was omdat ze met haar dochtertje Livia haar koffers had gepakt en naar Spanje was geëmigreerd, manlief Robert Schoemacher in Nederland achterlatend. Dit alles omdat Claudia, door trieste privéomstandigheden, een sterk verlangen had om alles gewoon achter te laten en in Spanje een nieuw, fris leven te beginnen. En hoewel ze zeker genoot van een betere levenskwaliteit, het bruisende, en spannende van een relatie op afstand en vastbesloten was om van haar nieuwe leven in Spanje een groot succes te maken, kon ze toch niet voorkomen dat ze te maken kreeg met datgene dat iedereen die in het buitenland gaat wonen vreest: Heimwee! Ik pak mijn schrijfgerei, en ga er goed voor zitten, mijn interview met Claudia Schoemacher.

Claudia Schoemacher – van Zweden. Het is een hele mond vol, dus hou ik het maar gewoon bij Claudia. Volgens haar biografie wordt deze geboren Amsterdamse op 16 april van dit jaar 48. Heel wat vrouwen zouden er alles voor over hebben om er zo uit te mogen zien wanneer ze 48 zijn, of 38. In 2007 trouwde ze met cosmetisch arts Robert Schoemacher, de man die bijna in zijn eentje cosmetische ingrepen uit de taboesfeer heeft gehaald. Samen hebben zij een dochter, Livia. Ze heeft van alles gedaan in haar leven, is columniste, producer, redacteur, presentatrice en onderneemster geweest, maar ziet zichzelf meer als schrijfster. En terecht. In haar boek ‘Kind van de Onderwereld’ vertelt ze onomwonden over de ups en downs in de relatie met haar biologische vader Filippo, een Italiaanse beroepsgokker, die na een schietpartij in de Bijlmerbajes terechtkomt. Later bleek dat hij niet haar biologische vader blijkt te zijn, maar dat wist ze toen nog niet.

Seksueel misbruik
Ze kruipt in het boek terug in de huid van zichzelf als kind om zo alle conflictueuze en pijnlijke gevoelens van toen aan het papier toe te vertrouwen. Ze breekt met het boek een lans voor alle kinderen met gedetineerde ouders en maakt seksueel misbruik bespreekbaar. Naar aanleiding van dit boek werd Claudia gevraagd om diverse lezingen over dit onderwerp te houden. Ook werd zij veelvuldig uitgenodigd als ervaringsdeskundige om haar expertise door te geven aan organisaties zoals Exodus, Stichting DOOR en Gezin in balans. Na drie jaar intensieve voorbereiding, kreeg Claudia in 2012 van het ministerie van Justitie en Veiligheid toestemming om het tv-programma ‘Je ouders in de lik’ te maken, waarin ze te zien was als presentatrice en als coach voor kinderen met een ouder in de gevangenis. In 2013 schreef ze het deels autobiografische boek ‘Kamer 303’, waarin Claudia de lezer een klein inkijkje geeft in haar wilde seksleven. Man Robert was in eerste instantie niet zo heel erg gelukkig met de door vrouwlief gedane ontboezemingen. “Hij werd heel erg kwaad en ging smijten met het manuscript. Dan kon ik het manuscript weer overal vandaan plukken,” aldus Claudia. Welk deel van het boek fictie is en welk deel autobiografisch, laat Claudia heel wijs in het midden. In 2009 was ze ‘Mooiste meisje van de klas’ bij het gelijknamige tv-programma van de Tros. Halverwege 2015 besloot ze om, zonder man Robert, naar Spanje te emigreren om er vervolgens achter te komen dat ze onverwacht last kreeg van een allesoverheersende heimwee naar Mokum. En dit ‘mooiste meisje’, deze bijzondere vrouw, mag ik nu interviewen. De messen zijn geslepen, het is tijd voor mijn eerste vraag.

Jij gaat zonder je man in Spanje wonen. De bladen suggereerden dat jullie relatie op springen stond.
“Welnee, van huwelijksproblemen was, en is, totaal geen sprake. Integendeel, mijn verblijf in Spanje heeft er juist voor gezorgd dat onze relatie er alleen maar op vooruit is gegaan. En dat terwijl we elkaar slechts eens in de twee weken zagen. Het had niets met onze relatie te maken. In Nederland had Robert een oud geschil met de belastingdienst en die spanningen eisten thuis zijn tol. Na weer een aankondiging in de Staatscourant was ik het gewoon even zat. Ik had rust nodig en ik dacht dat ik die rust in Spanje kon vinden, ver weg van al het tumult. De eerste maanden in Spanje voelde als een scheiding, heel raar. Ik werd regelmatig badend in het zweet wakker en dacht dan: ‘néé!’ En dan de kakkerlakken die ik aantrof, ook in mijn bed. Gewoon griezelig. Maar dit was Spanje en daar kwamen ze nou eenmaal voor. Ik moest er gewoon even aan wennen.”

Vond je het vertrek, zonder man, vanuit een vertrouwde omgeving naar het ‘verre Spanje’ niet heel erg moeilijk?
“Ik zie mezelf nog zo uit Nederland vertrekken. Kind aan mijn linkerhand, een kattenmandje met daarin mijn zestienjarige kater Nunu aan mijn rechterhand. Mijn vader, dik over de zeventig, sjokte achter mij aan. Met mijn blik op oneindig en verstand op nul gaf ik mijn paspoort af, en glimlachte naar mijn familie die me enthousiast stond uit te zwaaien. Transavia had ik vooraf wel honderd keer gebeld of ze zeker wisten dat mijn kater door de hitte in het ruim niet kon stikken. Ze hadden mij echter verzekerd dat, zodra de piloten het vliegtuig zouden starten, er koele lucht in het ruim werd geblazen. Maar ja, wat in geval van vertraging? Ik was dan ook opgelucht dat Nunu uiteindelijk toch naast mij mocht zitten.”

In 2010 debuteerde je met ‘Kind van de onderwereld’ en in 2013 schreef je ‘Kamer 303’. Was Spanje niet ideaal voor het schrijven van een derde boek?
“Ik zag mezelf lekker zitten in de tuin, in de zon, waar ik al schrijvend over mijn laptop naar de zee zou staren. Maar het typen in het schelle zonlicht viel vies tegen en deed zeer aan mijn ogen. Geïrriteerd installeerde ik me dus steeds in een klein kamertje met de gordijnen dicht. Daar zat ik dan, schrijvend in een donker hok, dat kon ik ook in Nederland. Schrijven was uiteraard niet de enige reden dat ik was vertrokken. Het was vooral de behoefte aan rust. Maar ja, mijn uitgever rekende op een boek, en dus ben ik meerdere malen aan mijn bureau gaan zitten om te beginnen met schrijven. De wil was er zeker, maar de woorden kwamen niet. Mijn vorige boeken schreef ik in een maand of zes, maar nu deed ik al meer dan een maand over één alinea. En nóg was ik niet tevreden. Als ik mijn tekst de volgende dag las, drukte ik op delete en begon de worsteling opnieuw. En zo ging het maanden door.”

Was het allemaal niet gewoon een kwestie van even wennen?
“Robert kon zich een stuk beter aanpassen aan de nieuwe situatie dan ik. Ook mijn dochter Livia moest erg wennen aan de strenge Spaanse school. Om 16.00 uur stonden de kindjes op het schoolplein in de brandende zon te wachten om opgehaald te worden, strak opgesteld als in een militaire formatie, behalve Livia natuurlijk. Pas als ik het schoolplein opliep mocht mijn dochter, na een kort knikje van de juf, uit het carré stappen. Ja, het was even zeker wennen, voor ons allemaal. Daartegenover stond dat het klimaat en de omgeving in één woord geweldig waren. De dieren lagen elke dag loom in de zon, en ik merkte dat mijn humeur langzamerhand verbeterde. Meer en meer kwam ik uit mijn cocon, stapte uit mijn schrijvershok en ging wandelen met de hond. De bergen, de bomen, de zee op de achtergrond, het stemde me allemaal tevreden. Let wel tevreden. Niet gelukkig. Ik miste namelijk toch nog gekke kleine dingen, zoals gewoon even gezellig een bakje koffie drinken in de Jordaan. Ik voelde me af en toe opgesloten. Ik durfde ook niet in de auto te stappen. Sommige verkeerssituaties in Spanje zijn namelijk absurd te noemen. Zo mag je bijvoorbeeld in Estepona op een stukje snelweg gewoon tegen het verkeer inrijden en schrik je je vervolgens een ongeluk als je met hoge snelheid twee koplampen op je af ziet komen. Trouwens, in de bergen rijden is ook nog een dingetje. In sommige bochten hangen weliswaar spiegels zodat je tegemoet komende auto’s ziet, maar dat ging bij mij ook nog wel eens flink mis. Dan moest ik op een steile helling langzaam achteruit rijden om plaats te maken voor een tegenligger, terwijl ik schietgebedjes deed en hoopte dat ik niet in de afgrond zou storten.”

Wanneer had je voor het eerst het gevoel dat je last kreeg van heimwee?
“Wanneer precies bij mij de eerste scheurtjes zichtbaar werden van een knagend heimwee weet ik niet meer. Wel dat ik in 2016, wandelend door Amsterdam me verwarmde aan de vrolijke lichtjes waarmee de straat versierd was. Het geluid van de tram die voorbijreed, het stemde me gewoon erg vrolijk. En ja, ik had het best koud, maar ik vond het niet erg, het hoorde er gewoon bij. Weg was ook ineens mijn grote ergernis over Amsterdam, waar ik negen jaar eerder vertrokken was om me met mijn nieuwbakken echtgenoot in Den Haag te settelen. Amsterdam voelde ineens weer als ‘thuiskomen’, alsof ik nooit was weg geweest. Maar eenmaal terug in Spanje, ging ik gewoon door met het schrijven aan mijn boek, en met het links en rechts enthousiast verkondigen dat de emigratie absoluut mijn beste beslissing éver was. Ik loog niet, het voelde voor mij op dat moment ook zo. Terugkijkend op mijn tijd in Spanje denk ik dat het zeker ergens goed voor is geweest. Het was goed om even bij te komen, mijn gedachten te ordenen, en te beseffen wat voor mij nou echt belangrijk is in het leven. Ik kwam erachter dat niets doen, en voor het eerst in twaalf jaar financieel afhankelijk zijn, niets voor mij was. Ik wilde werken, onder de mensen zijn, plannen smeden, uitvoeren zoals ik had gedaan vóór de geboorte van Livia en vóór mijn huwelijk. Ik was mijzelf in de afgelopen jaren een beetje kwijtgeraakt. En ineens, toen ik dat besefte, miste ik mijn familie en mijn vrienden.”

Wat heeft precies de doorslag gegeven om terug te gaan? Het missen van familie, of was er een andere reden?
“Ik probeerde in Spanje een bestaan op te bouwen maar dat was best lastig. Dat lag niet zozeer aan Spanje, als wel aan mijn ongeduld. De Spanjaarden zijn bureaucratisch. Wil je een bedrijf beginnen, dan moet je eerst door een doolhof van administratieve zaken heen. In sommige plaatsen staan bijvoorbeeld hele straten met bedrijfspanden leeg. Als je dan informeert wat het kost om het te huren, dan krijg je te horen dat je de huur een jaar vooruit moet betalen, ook al staat het al jaren leeg. Voor een startende ondernemer is dat best gortig. Ik kreeg daar steeds meer de balen van. Aan de andere kant was het goede nieuws dat mijn ongeduld betekende dat ik mentaal aan de beterende hand was. Ik had weer zin om te ondernemen. En hoe! Zo kon het gebeuren dat ik de ene dag in Marbella panden aan het bekijken was, en de week erop besloot om terug te gaan naar Amsterdam. Verlekkerd keek ik op internet naar talloze foto’s van de mooie Amsterdamse grachten, plaatjes van de Dam, en uiteraard van de Westertoren. De plaatjes maakten iets in mij wakker, dat latent al een tijdje in mij aanwezig was: Heimwee! Heimwee naar Amsterdam, mijn Mokum. Nadat ik de zoveelste foto van de Prinsengracht had geliked, wist ik het ineens zeker. Ik moest terug naar Amsterdam en als het even kon naar een pand aan een gracht. ‘Hoe moeilijk kon dat nou zijn?’ vroeg ik mij af in al mijn onnozelheid.”

Het vinden van een leuke woning was dus toch een stuk lastiger dan je in eerste instantie dacht?
“Ik schrok van wat er in een paar jaar met de huizenprijzen was gebeurd. Als Amsterdammer is het schier onmogelijk om nog aan de grachten te wonen. Dat is nu alleen nog maar voorbehouden aan Expats die de hoge huur betaald zien worden door grote multinationals. Maar ik ben geen opgever, dus ik ben blijven jagen op een woning. En ik vond wel woningen, maar als ik dan bij een bezichtiging door het pand liep, bleek steevast dat ik niet de enige was, nee met mij nog 100 anderen. En daarna is het: “Nou, doe maar een bod”. Hoezo een bod? Het genoemde bedrag was toch de huurprijs? “Nee mevrouw, dat is de vráágprijs. Als u daar bovenop nog een aardig bedrag weet te plaatsen, én de verhuurder ziet u zitten, dan maakt u misschien aanspraak op de woning.” Je begrijpt het al, waar ik ook op reageerde, het ging allemaal aan mijn neus voorbij. Vanuit Spanje probeerde ik te remigreren naar Nederland, maar ik kon niet eens een woning vinden. Tot ik op een dag een ‘normale’ makelaar tegenkwam. Deze nog vrij jonge man gunde mij een woning in Amsterdam waar ik ooit was opgegroeid, zodat ik eindelijk weer terug kon naar mijn mooie Mokum.”

En nu woon je weer in Amsterdam. Eind goed, al goed zou je denken.
“Zou je denken, ja. In Spanje woonde ik met mijn dochter en mijn vader samen in een leuk huis. Robert zag ik dan telkens de laatste veertien dagen van de maand. Nu woon ik weer in Amsterdam, maar is wat dat betreft weinig verandert. Mijn vader woont nog steeds in Spanje, en Robert gaat nog steeds elke laatste veertien dagen van de maand naar Spanje. In Spanje vond ik het een gemis dat mijn gezin niet compleet was, maar dat is het dus nog steeds niet. Natuurlijk, ik zou er voor kunnen kiezen om telkens mee naar Spanje te gaan, of zomaar een weekje. Maar dat kan eenvoudigweg niet omdat mijn dochter nu in Nederland naar school gaat. Maar goed, ik woon weer fijn in Amsterdam, heb een leuk huis, dus gaan we er hier het beste van maken.”

Waar moet ik aan denken, als jij zegt dat je er het beste van gaat maken?
“Als ik stress heb ga ik eten, daar kan ik niets aan doen. Het vervelende is dat ik dan vrij snel de nodige kilo’s aankom. De stress van mijn Spanje avontuur heeft dan ook gezorgd voor de nodige extra kilootjes. En die moeten eraf. Dit doe ik door een door Ellen Tiben, mijn voedingscoach, samengesteld dieet te volgen, terwijl ik meteen flink onder handen genomen word door Carlo Lens, mijn personal trainer. Samen met Carlo en Ellen, ben ik bezig een ‘Afvalplatfom’ op te zetten, waarbij we via een vlog (video logboek red.) iedereen op de hoogte zullen houden van mijn vorderingen. De bedoeling is dat mensen ook met mij kunnen meetrainen. Verder heb ik onlangs een traject opgezet voor depressieve mensen die behoefte hebben aan een wandeling. Ik noem dit ‘Walk inss’. Ik doe dat vrijwillig, omdat ik graag, als ik mijn life-review krijg, iets nuttigs wil hebben gedaan in mijn leven. Er zijn echt heel veel mensen die zich niet gehoord of gezien voelen, die werkelijk denken dat het leven geen nut of zin meer heeft. Mensen die eigenlijk al besloten hebben om uit het leven te stappen. Die mensen wil ik graag een luisterend oor bieden. Zomaar een stukje wandelen of even samen zitten op een bankje in het park en luisteren naar hun verhaal. En ja, ik weet dat ik geen psycholoog ben, maar ik her- en erken wel hun gevoelens, zodat we kunnen spiegelen. Ik had een kort oproepje gedaan op Facebook om te vragen of er meer vrijwilligers waren die mij hierbij zouden willen helpen, gewoon een klein beetje vrije tijd opofferen, zodat we elkaar zouden kunnen afwisselen. Ik heb in korte tijd al meer dan vijfentwintig personen om me heen verzameld die allemaal bereid zijn om met mij een soort menselijke deken te vormen voor hen die dit heel goed kunnen gebruiken. Ik heb zelf ook al een uurtje gewandeld met een heel mooi persoon, en niets anders gedaan dan geluisterd, geluisterd naar iemand die daar even behoefte aan had. Zijn zin om te leven ontbrak, en ons gesprek ging over zingeving. Ik geloof dat we er uit zijn gekomen. En hoewel ik een zware verkoudheid had, gaf de ontmoeting en de tevredenheid bij de ander, mij vleugels. Het is eigenlijk heel simpel, maar sámen maken we het verschil. De teller staat momenteel op 25 vrijwilligers die zich aanbieden om te wandelen met iemand die het niet meer ziet zitten. Ik heb al 3 mensen gekoppeld voor zo’n wandeling in slechts twee dagen tijd. Dat is toch gewoon fantastisch? Ik ben zo blij dat, met deze relatief simpele aanpak, daadwerkelijk mensen kunnen worden geholpen.”

Claudia drinkt de laatste restjes van haar cappuccino op, en ik ga weer op huis aan, mijn interview uitwerken nu alles nog vers in mijn hoofd zit. Ik heb namelijk een geheugen als een vergiet met grote gaten. Soms kijk ik wel eens tegen iemand op, fantaseer ik over hoe haar leven zou zijn, een leven in de schaduw van de schijnwerpers, het altijd rekening houden met wat de media wel of niet over je kan schrijven. Ik zou het niet vreemd vinden als iemand daardoor afstandelijk en onbenaderbaar zou worden. Maar dan blijkt dat Claudia gewoon een mens is, een heel mooi en bijzonder lief mens, dat dan weer wel. Met het hart op de juiste plaats, dat zeker. In het weggaan vertrouwd ze mij nog snel toe dat ze thuis eigenlijk nooit cappuccino drinkt, maar het liefst, heel ouderwets, filterkoffie zet, en niet met een apparaat, maar met de hand. Ik heb maar niet gezegd dat ik zweer bij mijn cupjeskoffie. Nespresso, what else?


Interview: Cristina Danneels
Fotografie: Privé archief