ANNE VAN VEEN: “IK HEB HET GEVOEL DAT IK BEGIN TE HOUDEN VAN MEZELF”

ANNE VAN VEEN: “IK HEB HET GEVOEL DAT IK BEGIN TE HOUDEN VAN MEZELF”

“Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kan haar een beetje mooier kleuren” zong haar vader Herman van Veen in 1986. Een enigszins helderziende blik kan de beste man niet ontzegd worden, want krap 21 jaar later stond Anne van Veen in de theaters met een liedjesprogramma onder dezelfde titel, ‘Anne’, waarin ze vertelde over haar volwassen worden en het verlangen naar de onbevangenheid tijdens haar kinderjaren. Daarna volgde in 2011 de theatershow ‘Wilde Lucht’, in 2013 kwam ‘Tegengif’ en in 2015 haar debuutroman ‘Wie ik aan het zijn was’ waarin ze schrijft over een controversiële relatie tussen een leraar die twee keer zo oud is als de leerlinge. Daarna volgde de voorstelling ‘Boi’, waarin ze, wederom, een onderwerp heeft gekozen die veel mensen op zijn minst als ‘ongemakkelijk’ zouden kunnen bestempelen.

In ‘Boi’ neemt Anne haar publiek mee op een bijzondere zoektocht tussen de dingen des levens, naar de ultieme vorm van jezelf en, uiteraard, de liefde. Ze schotelt haar publiek een pastiche voor met teksten uit verschillende kunstvormen, gecombineerd met nostalgie en lessen in androgynie, het gevoelsmatig tussen beide seksen staan. Me dunkt dat Anne flink bezig is geweest met de wereld een beetje mooier te kleuren. Een gesprek met Anne is meer dan een bijzondere ervaring. Haar energie, puurheid en soms bijzondere woordkeuze zijn overrompelend, haar eigenzinnigheid is zondermeer prikkelend. Anne even in een notendop omschrijven is dan ook bijzonder lastig, maar dat ze is geboren voor het podium, verworden van veelbelovend talent tot een niet meer te missen theaterpersoonlijkheid is een feit waar niemand omheen kan. Maar bovenal is Anne een heel aardig mens, soms misschien een tikkeltje ongeduldig, vaak verrassend in haar antwoorden, continu bedachtzaam. Maar dat is logisch als je tegen een volkomen vreemde je hele ziel en zaligheid moet blootleggen. In deze editie van ‘Close Up’ heb ik een bijzonder gesprek met actrice, theatermaker, zangeres én schrijfster Anne van Veen over Spanje, zichzelf, de liefde en hoe ze zich, zijnde een ‘van Veen’, staande weet te houden in haar creatieve wereld. 

Mission accomplished
“Door Spanje gebeld worden, dat is nog eens exotisch.” Het zijn de eerste woorden die ze zegt als ze de telefoon opneemt. Aan de andere kant van de lijn hoor ik een vrouw met een mooie zachtaardige stem, beetje ondeugend, leuk gevoel voor humor. Het zit allemaal in die paar woorden verborgen. Anne Marije van Veen, geboren op 30 juni 1983 in het Zuid Hollandse Gouda, de stad van kaas, pijpen, stroopwafels en kaarsen. In haar paspoort vechten de beroepen actrice, theatermaker, zangeres en schrijfster om voorrang. Zelf noemt zij zichzelf ‘kleinkunstenares’ en dat dekt eigenlijk meteen de hele lading. Zij is een dochter van Herman van Veen en Marlous Fluitsma en halfzus van actrice Babette van Veen. Niet heel raar dat zij het podium meer en meer als haar tweede thuis ziet. Om het ijs te breken stel ik een vraag waarvan ik zeker weet dat ze die niet op haar lijstje met ‘te verwachten vragen’ heeft staan en ik vraag haar naar haar eerste gedachte toen ze deze morgen wakker werd. Het ontlokt meteen een vrolijke lach, dus ‘mission accomplished’. Na even te hebben nagedacht antwoord ze dat dit interview haar schijnbaar toch meer heeft bezig gehouden dan ze dacht, want ze bekent dat ze over Spanje en dientengevolge over haar lerares Spaans heeft gedroomd. Haar eerste gedachte was dat het mooi weer was in Nederland, en dat op zich is al heel bijzonder. Nu haar en mijn zenuwtjes weggelachen zijn, vink ik mijn eerste vraag af.

EMOTIONEEL GEZIEN WIL JE MISSCHIEN WEL HELEMAAL GEEN KEUZE MAKEN

Je spreekt behalve Nederlands, Engels en, heel bijzonder, Afrikaans, ook Spaans. Wat heb jij precies met Spanje?
“Ik heb vijf jaar Spaans gehad op school en ben door de lessen Spaans in contact gekomen met diverse uitwisselingsprojecten. Door deze projecten ben ik Spanje zeer gaan waarderen, hoewel dat er van huis uit niet echt in zat. Wij waren toch meer Frankrijk georiënteerd. Voor een uitwisselingsproject ben ik een maand lang naar Zaragoza geweest. Een paar jaar later heb ik, heel klassiek, Barcelona bezocht. Mijn eerste echte reis was een rondreis door Andalusië, naar Granada, Cordoba en Sevilla. Later heb ik ook nog een schitterende rondreis gemaakt door Extremadura, waarbij ik de Koningssteden Segovia, Ávila, en Toledo heb gezien. Als ik naar Spanje of Portugal ga, laat ik me altijd graag adviseren door het echtpaar Anne en Arco van Ardanza Reizen in Bussum (www.ardanza.nl). Het zijn zulke innemende mensen, die werkelijk alles weten over Spanje en Portugal. Ik ben onlangs nog op vakantie geweest naar Portugal, en ook die reis was weer smaakvol en op maat door hen gemaakt. Ik ben helaas nog nooit aan de Costa Blanca geweest, maar als ik de kans krijg zal ik dat zeker een keer bezoeken. Ik hou van historie en wil ook nog graag een keer naar Valencia, Madrid maar zeker ook Baskenland, en dan met name San Sebastián. Dus er is nog genoeg te zien voor mij in Spanje.” 

Je bent schrijfster en kleinkunstenaar. Zie jij jezelf meer als schrijfster of als kleinkunstenaar?
“Ik zie mezelf als schrijfster én kleinkunstenaar. Ik schrijf en ik zing. Ik wilde van kleins af aan schrijfster worden, maar heb dat, behalve ooit tegen mijn moeder, pas durven toegeven toen ik de kans kreeg om te gaan schrijven. Als ik die kans niet zou hebben gekregen had ik waarschijnlijk nooit hardop gezegd dat ik stiekem schrijfster zou willen worden. Ik heb geprobeerd om het schrijven samen te laten gaan met het zingen. In mijn voorstelling, ‘Boi’, is dat ook gelukt en heb ik echt mijn twee grote liefdes kunnen bundelen.”

IK VIND HET BELANGRIJK DAT ALS JE IETS MAAKT, JE ER ALS MAKER IN EERSTE INSTANTIE ZELF DOOR GERAAKT WORDT

Je voorstelling Boi gaat over het mannelijke en vrouwelijke in één persoon. Veel mensen zouden dat best wel verwarrend kunnen vinden. Het klinkt namelijk niet als een eenvoudig onderwerp.
“Voor mij wel. Het is namelijk wel een mooi thema dat je al terug kunt vinden in heel oude mythen en geschriften. Ik heb voor het onderwerp Androgynie gekozen, omdat ik mezelf er duidelijk in herken. Het komt ook uit mezelf. Ik werd geraakt door films die over dit thema gaan, maar ook door zangers, zoals bijvoorbeeld David Bowie. En juist dat vind ik belangrijk, dat als je iets maakt, je er, als maker, in eerste instantie eerst zelf door geraakt wordt.”  

Is Androgynie niet hetzelfde als verliefd worden op een persoon en niet zozeer op een man of een vrouw?
“Nee, want Androgynie is je identiteit en staat los van je seksuele voorkeur. Je kunt bijvoorbeeld een heel sterk jongetjes stuk in je hebben maar toch een meisje zijn. Het gaat niet over hoe ik sta tegenover anderen, of wat ik er mee doe, het gaat om de fase daarvoor. Denk bijvoorbeeld aan een baby in een kinderwagen. Je kunt vaak niet zien of het een jongen of een meisje is, omdat het nog dicht bij de oorsprong staat. Het manifesteert zich nog niet als man of vrouw, gaat nog niet op voetbal of ballet. Het is nog heel puur een wezentje, met zowel jongens- als meisjesachtige kenmerken. In de maatschappij wordt je geacht kunst of kitsch te zijn, mooi of lelijk, wreed of zacht, mama of papa, tot je erachter komt dat je een, zoals ik het noem, ‘tussenkind’ bent. En dan moet je jezelf gaan splitsen naar het geslacht dat je hebt gekregen bij je geboorte. Terwijl je emotioneel gezien het gevoel kunt hebben dat je helemaal geen keuze wilt maken. In mijn voorstelling komen liedjes voorbij over verliefd zijn, gedoe met je ouders, gewoon universele dingen die iedereen herkent. Liefdesverdriet, verlangen noem maar op, maar wel gezongen en bezien vanuit het wezen dat eigenlijk jongetje én meisje is.

Als ik naar je foto’s kijk, zie ik de ene keer op en top een vrouw en de andere keer een jongetje. Dat komt bij mij, en wellicht ook bij anderen, ietwat ingewikkeld over.
“Ja, ik snap wel dat mensen dat ingewikkeld vinden, maar dat is minder ingewikkeld dan je denkt. Ik ben niet bewust bezig met het er uitzien als een jongetje of een meisje. Ik heb geen knopje dat ik even om kan zetten om van meisje naar jongen te gaan. Net als iedere jonge vrouw maak ik eenvoudig de ontwikkeling door van ‘wie ben ik’. Waar hou ik van, welke muziek vind ik leuk, wat vind ik lekker? De versie die ik nu ben klopt heel erg met mijn innerlijke gevoel van zowel meisje als jongen, maar dat is niet meteen op die manier zichtbaar aan de buitenkant. Het uiterlijk is ‘pardon my French’ ook ongelooflijk verneukeratief, omdat het heel erg kleurt. Want mannen met lang haar zouden dan, als je alleen maar naar het uiterlijk zou kijken, allemaal vrouwelijk zijn, en mannen met kort haar dan weer mannelijk. Dat zijn allemaal representaties die door onze cultuur bepaald zijn. Eigenlijk is het hartstikke leuk als mannen eens bij zichzelf  zouden kijken waar precies hun vrouwelijke kanten liggen, en vrouwen zouden ook eens kunnen kijken waar hun mannelijke kanten liggen. Is voor de relatie op zich ook heel leuk.”

MIJN VOORSTELLING DEED DE MAN HEEL AANGENAAM BLOZEN

Was je een meisjesmeisje of toch een tomboy?
“Ik was een tomboy, absoluut, ik was echt een schoffie. Heel veel buiten, veel met dieren bezig, rennen, klimmen, klauteren, onbevreesd. Een echt doerakje. Maar ik speelde ook met barbies en rolschaatste op Gloria Estefan. Dus als kind was ik gewoon kind, en niet zozeer bezig met jongetje of meisje zijn.”

Je hebt een boek geschreven, een voorstelling tegengif, Boi, allemaal over ongemakkelijke zaken. Waarom wil jij die bespreekbaar maken?
“Leuke vraag. Ik kwam deze week een man tegen die me aansprak. Hij zei dat hij het jammer vond dat hij mijn laatste theatershow nog niet gezien had en hij vroeg mij of het er weer een was ‘waar hij van zou gaan blozen’. Ik vatte dat in eerste instantie op als kritiek en zei toen voorzichtig dat de kans groot was dat hij er inderdaad een beetje van zou kunnen gaan blozen. Hij zei toen dat ik vooral door moest gaan met dergelijke shows, want hij vond het ‘heel aangenaam blozen’. Dat vond ik een heel mooi compliment, als je iemand aangenaam kunt laten blozen. Ik wil ongemakkelijke zaken bespreekbaar maken omdat ik gemerkt heb dat als je zaken die ongemakkelijk zijn, die in de taboesfeer zitten, of die we eng vinden, bespreekbaar maakt, er humor tegenaan gooit, of ze gewoon aan de oppervlakte brengt, dat heel verlichtend en opluchtend kan werken. Bovendien zit er heel veel schoonheid in zaken die we eng vinden.” 

Je hebt in Amsterdam gewoond, nu woon je in Utrecht, wederom een grote stad. Is het de anonimiteit van de grote stad die je aanspreekt?
“Ik vind het vooral te gek dat in de stad alle faciliteiten aanwezig zijn. Theater, bioscoop, kunst, musea, exposities. Er is altijd reuring, beweging in een stad en dynamiek is overal aanwezig. Ik hou ook van de lichtjes in de winter, het geluid van fietsbanden die over de klinkers gaan, maar tegelijkertijd ben ik, als ik wil, zo uit Utrecht en sta ik binnen no time midden in de natuur van het Utrechts landschap en de bossen. Juist omdat ik heel erg hou van de natuur, maar ook van wonen in een grote stad, vind ik het hier ideaal wonen.”

WARE LIEFDE IS ONGELOOFLIJK ONDERSTEUNEND EN INSPIREREND

Je vader, Herman van Veen, heeft een liedje over jou geschreven, Anne. Daarin zingt hij, ‘Anne, de ogen van je moeder zijn net zo mooi als jij’. Deel je zijn mening?
“Wat ik heb gemerkt is dat mijn leven parallel loopt aan de inhoud van mijn voorstelling. In mijn voorstelling zeg ik op een gegeven moment ook: ‘Ik heb het gevoel dat ik begin te houden van mezelf’. Een bijna ontluikend gevoel van ‘oh oh, volgens mij komt het wel goed met mij’. Als jonge vrouw ben je heel lang onzeker, worstel je met het zelfbeeld van hoe iedereen jou ziet, de verwachtingen van de wereld. En ik ben niet anders dan andere jonge vrouwen. Waarschijnlijk had het bij mij dus ook allemaal met leeftijd te maken. Maar nu merk ik dat er een soort rust komt van ‘ik ben okay’. Volgens mij is dat inherent aan de levensfase. Als je rond de 25 jaar bent twijfel je gewoon enorm.” 

Vader Herman van Veen, moeder actrice Marlous Fluitsma en halfzus van actrice Babette van Veen.  Meer dan genoeg om enigszins onzeker te zijn. Mensen gaan tenslotte toch vergelijken.
“Dat is heel normaal en begrijpelijk. Ik snap zeker dat mensen gaan vergelijken, want dat doe ik zelf ook. Als ik de dochter van een acteur of actrice zie dan ga ik ook meteen vergelijken. Wat doet zij anders dan haar ouders? Dat is denk ik mens eigen. Ik vind het ook helemaal niet erg als mensen mij gaan vergelijken met bijvoorbeeld mijn vader. Het heeft mij in ieder geval nergens van weerhouden. Ik ben ook nooit direct de strijd aangegaan met mijn vader of mijn zus. Maar het publiek is natuurlijk gekleurd in hun visie. Ik zie het persoonlijk meer als de wet van de remmende voorsprong. Je hebt voorsprong op iemand die geen bekende vader, moeder of zus heeft, maar tegelijkertijd moet je die voorsprong wel inhalen, omdat je het uiteindelijk toch op eigen kracht moet doen.” 

Je bent in 2015 getrouwd. Heeft het huwelijk jou positief verandert?
“Liefde is heel heilzaam. Ware liefde is ongelooflijk ondersteunend en inspirerend. Tot ik dat punt bereikt had bemerkte ik nog wel een zekere onrust in mezelf, was ik op zoek naar een rustpunt. Maar toen ik de ware liefde gevonden had, ging ik leven, het vieren, zeker vieren, want een huwelijk is een bezegeling van de liefde, en dat geeft kracht. Ik ben niet echt op zoek gegaan naar de liefde. Als kind had ik namelijk al een romantisch beeld dat ik geplukt wilde worden. Als een bloem in de wei, omdat ik toen echt dacht dat er wel iemand zou komen die mij zou zien, mij zou plukken. Op die manier ben ik best romantisch. Maar verwacht bij mij niet direct kaarsjes en open haard.”

IK BEN OKAY. VOLGENS MIJ KOMT HET ALLEMAAL BEST WEL GOED MET MIJ

Wat kan jou echt gelukkig maken?
“Ik kan er gelukkig worden als ik met mijn handen aan het werken ben, zoals tuinieren, lekker met bloemetjes en plantjes bezig zijn. Maar ik kook ook heel graag. Of ik goed kook, moeten anderen maar beoordelen, maar ik doe het wel heel graag. Ik hou ook erg van verse dingen, van puur. Zeep die naar citroenen ruikt en niet naar een chemisch goedje. Maar ik kan me ook wel irriteren aan dingen. Praktische dingen. Een vuilniszak die lekt, een wc-rolletje dat niet loslaat, dat soort dingen. Ik kan ook niet goed tegen mensen die uitspraken doen die bol staan van de aannames of ongenuanceerd zijn. Ik kan ook heel ongeduldig zijn. Ik moet dus maar niet in Spanje gaan wonen, hahaha.”

Van welke muziek hou jij?
“Ik ben van de associaties, dus morgen kan het een ander lied zijn. Omdat ik nu met jou spreek en jij in Spanje zit, komt er een beeldschoon nummer naar boven dat met het zuiden te maken heeft; ‘Bachianas Brasileira’ van de Braziliaanse componist Heitor Villa-Lobos, daar moet je echt een keer naar luisteren. Ik kan erg genieten van klassieke muziek, maar ik geniet net zo makkelijk van disco, house of pop. Eigenlijk heb ik best een hele brede smaak.” 

We babbelen nog wat na en nemen dan afscheid, met de belofte dat we, als Anne ooit deze kant op komt, een drankje doen. Als ik mijn computer af wil sluiten zie ik een berichtje van Anne, met een link naar de Wikipediapagina van Heitor Villa-Lobos. Ik klik het aan en begin te lezen. De Bachianas Brasileiras zijn 9 thematisch verbonden composities. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik ga op zoek. Ik vind ze alle negen en start bij nummer 1. Als vanzelf sluit ik mijn ogen en laat de muziek haar werk doen. Heel intens voel ik de muziek via mijn oren mijn hart bereiken. Wil je meer weten over Anne? Kijk dan op haar website www. annevanveen.nl.


Interview: Jan Nicolas
Fotografie (in willekeurige volgorde): Julia de Boer, Hans Roggen, Serena Kloet, ANP