(1748 – 1814) SPAANSE VERLICHTING EN ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG

(1748 – 1814) SPAANSE VERLICHTING EN ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG

Spanje heeft een rijke geschiedenis. In de prehistorie was het de laatste toevluchtshaven van de neanderthalers en herbergde het onze voorouders, de cro-magnonmensen, die de prachtige schilderingen aanbrachten in de grotten van Altamira. Later vestigden zich op het Iberisch schiereiland de Foeniciërs en Grieken en vochten de Carthagers er met de Romeinen. De daaropvolgende Romeinse bezetting duurde vele eeuwen en beïnvloedde de cultuur van Spanje diepgaand. Na de Romeinen namen de Visigoten bezit van het schiereiland, op hun beurt gevolgd door de Moren waarna een weergaloze culturele bloeitijd aanbrak. Honderden jaren nadien veroverden de christelijke koningen uit Castilië en Aragón het schiereiland, de Reconquista, en vestigden Carlos I, die wij beter kennen als keizer Karel V, en Felipe II een wereldrijk vooral door hun veroveringen in Amerika. Na een lange periode van neergang begon in de negentiende eeuw het gevecht tussen het oude regime en het liberalisme. Het anarchisme schoot wortel en het voorspel tot de Burgeroorlog van 1936-1939 begon. Deze oorlog trok sporen tot in het heden en bracht Spanje bijna veertig jaar dictatuur onder Franco.


Deze aflevering van ‘Spaanse sporen’ omspant de periode van 1748 t/m 1814, waarin de ‘Spaanse Verlichting’ langzaam maar zeker zijn intrede doet en het ontstaan en einde van de ‘Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog’.

Het loopt tegen het eind van de zeventiende eeuw als het landsbestuur van Spanje, zoals dat bestond vanaf de regeringsperiode van de katholieke vorsten Isabel I en Fernando II, in zijn voegen begint te kraken. Deze bestuursvorm, een absolute monarchie steunend op de drie pijlers van kerk, leger en aristocratie, had Spanje zijn gouden eeuw bezorgd, maar ook opgezadeld met enorme schulden ten gevolge van de imperiale oorlogen en steeds verder verslechterende economische omstandigheden. Kritiek op deze falende vorm van bestuur kwam in de zeventiende eeuw van de kant van de novatores, voorlopers van de Verlichting in Spanje. De Verlichtingsfilosofie bereidde in Spanje niet alleen de weg naar een voorzichtige ontvlechting van kerk en staat, maar gaf ook aanzet tot de ontwikkeling van het verlicht despotisme, een vorm van bestuur waarin de monarchen vertrouwen stelden in het gebruik van de rede en zich dienstbaar maakten aan hun onderdanen. Nadat Fernando VI, de opvolger van Felipe V, in 1748 het vredesverdrag van Aken had getekend, waarmee een einde kwam aan de Oostenrijkse Successieoorlog, werd een periode van vrede ingeluid die ruimte gaf voor economisch herstel.

De grote koning Carlos III
Fernando VI was het vierde kind van Felipe V uit diens huwelijk met Maria Louise de Savoye. In 1729 trouwde hij met prinses Bárbara de Bragança, dochter van koning João V de Portugal. Fernando VI beschikte over zeer bekwame ministers, waaronder de markies van Ensenada, die alle ruimte kregen om hun herstel- en neutraliteitspolitiek gestalte te geven. Ensenada’s poging om een vorm van vermogensbelasting te introduceren, de Catastro, kwam voorzichtig van de grond. Spectaculair waren echter de creatie van een staatsbank, de Giro Real, en de enorme verbetering van de infrastructuur, waarvan het Canal de Castilla nog altijd getuigt. Het sluiten van een concordaat door Fernando VI met paus Benedictus XIV in 1753 betekende een grote mijlpaal in de verhouding van Spanje met het Vaticaan. Inzet van deze onderhandelingen waren het patronaatsrecht en de financiële verhouding tussen de Spaanse kroon en de kerk. Bárbara de Bragança overleed in 1758. Haar dood bracht Fernando, die net als zijn vader erg veel last had van depressiviteit, in een staat van krankzinnigheid waar hij niet meer uitkwam. Fernando overleed het jaar daarna en werd opgevolgd door de koning van Napels, zijn halfbroer Carlos III, die een rijk erfde waarin inmiddels een stevige basis was gelegd voor de tweede helft van de achttiende eeuw. De nieuwe koning van Spanje ontwikkelde zich tot het prototype van de verlichte despoot en is wel bezongen als de grote koning Carlos III.

Onvrede, hongersnood en opstand
Wel veranderde er iets fundamenteels aan het despotisme gedurende de regeerperiode van Carlos III en werd het persoonlijke karakter ervan vervangen door een onpersoonlijke variant in de vorm van een krachtige bureaucratie: van absolute monarchie naar absolute staat, waarin de koning meer de continuïteit waarborgde dan dat hij daadwerkelijk het land bestuurde. De eerste periode van Carlos’ bewind draagt de sporen van de hervormingsstrategie van de met Carlos III uit Italië meegekomen markies van Esquilache, die probeerde de door markies van Ensenada in de jaren vijftig ingezette belastinghervormingen nieuw leven in te blazen. Antiprotectionistische maatregelen werden genomen in de agrarische sector met als hoogtepunt de afschaffing van de vaste graanprijzen die de bevolking vrijwaarde van al te grote fluctuaties van de kosten van het brood, levensbehoefte bij uitstek. De uitwerking van deze maatregel pakte desastreus uit voor de bevolking, want vanaf 1761 stegen de broodprijzen aanzienlijk, wat leidde tot hongersnoden. De onvrede groeide in heel Spanje en kwam tot ontlading met de opstand in het voorjaar van 1766. Carlos III benoemde de president van de Raad van Castilië, de graaf van Aranda, in plaats van Esquilache, die met harde hand orde op zaken stelde. Zo werden de Jezuïeten als zondebok aangewezen en derhalve verantwoordelijk gesteld voor de opstand, wat uitmondde in hun uitwijzing. Het drama bereikte zijn hoogtepunt toen onder druk van de katholieke monarchieën in Rome de paus besloot de orde op te heffen.

Utopische projecten
Na de opstand van 1766 begon Aranda aan een nieuwe reeks hervormingen, zij het minder overijld dan zijn voorgangers. Naast het zorgen voor de opbouw van het militaire apparaat richtte zijn aandacht zich op de vernieuwing van het universitaire onderwijs. Nog altijd werden de universiteiten gedomineerd door docenten uit de geprivilegieerde bovenlaag van de samenleving die ouderwets onderwijs gaven, niet gebaseerd op moderne wetenschappelijke inzichten. Een nieuw middel om de economie te hervormen was de instelling van de ‘Reales Sociedades Económicas de Amigos del País’ (Koninklijke Economische Genootschappen van Vrienden van Spanje), die in 1765 ontstonden. Het waren geen staatsgenootschappen, maar ze werden wel door de monarchie gestimuleerd en richtten zich op de ontwikkeling van de regionale economie. Een van de meest markante projecten van de Spaanse Verlichting is die van de ‘Nuevas Poblaciones’ de Andalucía. Het was een utopisch getint project dat ten doel had om een aantal nieuwe dorpen in Andalusië te stichten waarvan de inwoners een gelukkig bestaan zouden kunnen leiden, niet gehinderd door de problemen waaronder de traditionele samenlevingen op het platteland gebukt gingen.

Een gifpil
In voorgaande decennia had Spanje al twee keer een verbond gesloten met Frankrijk, de zogeheten ‘Pactos de Familia’, allianties tussen de Bourbonse koningshuizen van beide landen, en in 1761 gebeurde dat weer toen Carlos III zich mengde in de Zevenjarige Oorlog. In deze oorlog draaide het onder meer om de overzeese territoria in Amerika en Azië en waren het de Britten die de Spaanse bezittingen bedreigden. In deze oorlog verloor Frankrijk zijn status als koloniale grootmacht door het verlies van Canada en gaf het een enorm gebied, het Louisianabekken in Noord-Amerika, cadeau aan Spanje. Een gifpil, zo bleek. Incorporatie van Louisiana in het Spaanse imperium betekende weliswaar dat het daarmee een nog nooit eerder vertoonde omvang bereikte, maar tevens dat Spanje als enige de opkomst van de Engelstalige kolonisten moest zien te stuiten, een gevecht dat de Spanjaarden verloren. Carlos III was gehuwd met Maria Amalia von Saxen. Hun oudste zoon, Felipe, was debiel zodat de tweede zoon Carlos benoemd werd als troonopvolger. Carlos III overleed op 14 december 1788 en zijn erfopvolger werd koning van Spanje als Carlos IV.

De Franse Revolutie
Spanje heeft in de achttiende eeuw en gedurende het begin van de negentiende eeuw veel invloed ondergaan vanuit buurman Frankrijk. Dat begon in 1701 met de komst van Felipe V, de kleinzoon van de Franse Zonnekoning, en bereikte een hoogtepunt toen Napoleon Bonaparte in 1808 de Spaanse troon opeiste voor zijn broer Joseph. Dat gebeurde aan het eind van de regeringsperiode van Carlos IV, die zijn vader Carlos III was opgevolgd in 1788. Hij werd geboren in 1748 uit het huwelijk van Carlos III met Maria Amalia von Saxen. Op veertienjarige leeftijd huwde Carlos IV zijn drie jaar jongere nichtje María Luisa de Parma die zich ontpopte zich als een krachtig vorstin en van wie gezegd werd dat zij er diverse minnaars op na hield. Eén ervan, Manuel Godoy, de machtige gunsteling van de koning zou enkele van haar kinderen hebben verwekt. Carlos IV, die vreesde dat de geest van de Franse revolutie zou overwaaien naar Spanje, benoemde zijn vertrouweling Godoy in 1792 als eerste minister in de verwachting dat deze in staat was de monarchie te redden. Begin 1793 werd de Franse koning Louis XVI onthoofd en brak de oorlog van de Conventie uit, ook wel de oorlog van Roussillon of Pyreneeënoorlog genoemd. Deze was onderdeel van een ultieme poging van de belangrijke Europese mogendheden om een einde te maken aan de Franse Revolutie en de monarchie te redden. Na een overdonderend offensief van de Fransen wist Godoy op het nippertje een totale nederlaag te voorkomen door de vredesovereenkomst van Bazel te sluiten in 1795. Voor dit doeltreffend onderhandelen kreeg Godoy de eretitel Príncipe de la Paz (Prins van de Vrede).

Onafhankelijkheidsoorlog
De relatie met Frankrijk stabiliseerde en Godoy richtte zijn aandacht vervolgens op het binnenlands beleid. In de jaren tot 1798 nam hij maatregelen ter bevordering van de productie en publicatie van kranten en tijdschriften en werden moderne wetenschappelijke instituten in Spanje opgericht. Spanje had veel te duchten van de op de wereldzeeën oppermachtige Engelsen. Daarom haalde Godoy in 1796 de banden met Frankrijk aan met het verdrag van San Ildefonso. Deze overeenkomst werd in Londen direct opgevat als een bedreiging, waarop Engeland aan Spanje de oorlog verklaarde. Spanje verloor daardoor zijn controle over de overzeese gebieden. Dergelijke conflicten met Engeland bleven zich voordoen en culmineerden in de vernietiging van de Spaans-Franse vloot tijdens de zeeslag bij Trafalgar in 1805 door de Engelse zeemacht. Twee jaar later sloot Godoy het verdrag van Fontainebleau met de in Frankrijk inmiddels aan de macht gekomen Napoleon Bonaparte, bedoeld om het Britsgezinde Portugal te bezetten en te verdelen. Spanje stond Frankrijk toe een groot leger te zenden om Spaanse troepen te helpen met de verovering van Portugal en de eerste stap daartoe was de inname van Lissabon. Tot een opdeling van Portugal kwam het echter niet. De Portugezen kwamen in opstand en de Fransen werden verslagen met hulp van de Britten. Intussen was de interne strijd tussen aanhangers van de koning en de groeiende groep van ontevredenen over de politiek van Godoy in volle gang en velen van hen vreesden dat Napoleon zich wilde mengen in dit conflict. Dat gebeurde tenslotte ook nadat tijdens een opstand in Aranjuez Godoy verjaagd werd en Carlos IV abdiceerde ten gunste van zijn zoon Fernando. Op uitnodiging van de Franse keizer reisde de Spaanse Koninklijke familie naar Bayonne om de gevolgen van de opstand van Aranjuez te bespreken. Kroonprins Fernando zag onder druk van Napoleon af van het koningschap, waarop de keizer zijn broer Joseph tot koning van Spanje benoemde als José I. Na diens aankomst in Madrid braken in diverse grote steden opstanden uit die uitmondden in de ‘Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog’. Het eerste grote succes voor de Spanjaarden in deze oorlog was toen zij in de slag van Bailén de Franse troepen versloegen. Napoleon sloeg echter meteen terug met een leger van 150.000 man sterk, ‘la Grande Armée’, waar de Spanjaarden niet tegen waren opgewassen en eind 1808 trok Napoleon aan het hoofd van zijn troepenmacht Madrid binnen. Tot 1812 controleerden de Fransen vrijwel geheel Spanje en was hun legermacht uitgegroeid tot maar liefst 360.000 man.

Soevereiniteitsverklaring
Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog nam de kracht van het traditionele Spaanse leger af en ontwikkelde zich op het platteland de guerrilla als nieuwe vorm van verzet tegen de Fransen. Vanwege deze oorsprong vertoonde zij in politiek opzicht een conservatief, door religie gedreven karakter. Ook de Carlistische beweging die rond 1830 ontstond, wortelt in deze traditie. Verzet werd vooral ook georganiseerd door lokale junta’s, bestuursraden van opstandelingen, die gecoördineerd werden door de ‘Junta Suprema’ in Madrid. In 1809 besloot deze Junta de bestuurszetel op te geven en zich terug te trekken in Cádiz. Daar vonden verkiezingen plaats voor de Cortes (de volksvertegenwoordiging) die in 1810 werd geïnaugureerd. Op 19 maart 1812 nam de Cortes een nieuwe grondwet aan. Centraal hierin stond de soevereiniteitsverklaring: “De Spaanse natie is vrij en onafhankelijk en is niet, noch kan eigendom zijn van een familie of persoon”. Dat betekende een enorme wijziging van de positie van de kroon. Om de conservatieve leden van de Cortes mee te krijgen, ging men niet zover om de monarchie af te schaffen of inbreuk te maken op de eenheid van kerk en staat. Desondanks was het wel een revolutionaire omwenteling zonder weerga. Na de aanvaarding van de grondwet van Cádiz kwam er een kentering in de Onafhankelijkheidsoorlog. De Engelse legerleider Arthur Wellesley startte een groot offensief en hij wist met zijn gecombineerd leger van Engelsen, Spanjaarden en Portugezen de Fransen uiteindelijk te verslaan. De druk op Spanje nam nog verder af toen de Grande Armée in oktober 1812, onder persoonlijke aanvoering van keizer Napoleon Bonaparte, naar Rusland werd gedirigeerd. Ruim een half jaar later sloeg Wellesley opnieuw toe, wat meteen ook het einde betekende van de Franse aanwezigheid op het Iberisch schiereiland. Op 29 juni 1813 verliet ook José I het land en in 1814 eindigde de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Tekst: Jan Nicolas
Foto: Adobe